Het verslavende effect van alcohol

Ga direct naar achtergrondinformatie


Alcohol is een verslavende stof. Dit komt voornamelijk door het effect van alcohol op het beloningssysteem in de hersenen [1]. Niet iedereen is even gevoelig voor de belonende werking van een middel als alcohol. Daarnaast spelen er ook sociale factoren en rol bij de ontwikkeling van een verslaving zoals de invloed van vriendengroepen, problemen op school of werk of relatieproblemen.

Alcohol beïnvloedt het beloningsysteem in de hersenen

Tot deze structuren behoren onder andere de Nucleus Accumbens en het Ventraal Tegmentum die een rol spelen bij motivatie en het ervaren van plezier. Dopamine is de belangrijkste neurotransmitter in het beloningssysteem en betrokken bij het ‘belonende’ gevoel dat ontstaat bij gedragingen zoals eten, drinken en seks. Alcohol, maar ook andere verslavende middelen, hebben een stimulerend effect op de dopamine-afgifte. Hierdoor geeft het drinken van alcohol een belonend, prettig en euforisch gevoel.

Naast het effect op dopamine-afgifte heeft alcohol ook een stimulerend effect op serotonine in het brein. Serotonine heeft onder andere een effect op stemming, slaap en geheugen en geeft eveneens een prettig gevoel en een gevoel van verbondenheid met anderen.

Alcoholverslaving kan ontstaan omdat mensen steeds meer en vaker verlangen om de positieve gevoelens als gevolg van dopamine en serotonine door alcohol te drinken opnieuw te beleven.

Tolerantie

Bij langdurig gebruik van alcohol kunnen de hersenen zich aanpassen en worden de hersenen minder gevoelig voor dopamine. Er wordt minder dopamine vrijgemaakt door eenzelfde hoeveelheid alcohol. Om hetzelfde effect te ervaren zal steeds meer alcohol gebruikt moeten worden, dit wordt ook wel tolerantie genoemd. Daarnaast neemt bij langdurig gebruik van alcohol ook het aantal dopaminereceptoren af waardoor nog meer alcohol gebruikt moet worden om de belonende effecten te ervaren.

Onthouding

Doordat de hersenen gewend raken aan alcohol kunnen er onthoudingsverschijnselen optreden wanneer gestopt wordt met het drinken van alcohol [2]. Onthouding kan variëren van het ervaren van een rusteloos onbestemd gevoel (dysphoria) en trillen tot sterke onthoudingsverschijnselen zoals een delirium tremens. Een gevolg van de veranderingen in het dopaminesysteem is ook dat zonder alcohol er te weinig dopamine aanwezig is in de hersenen waardoor depressieve gevoelens kunnen ontstaan. Bij verslaving gebruiken mensen alcohol om zich prettig te voelen maar voor een deel ook om zich ‘normaal’ te voelen zonder onthoudingsverschijnselen.

Bio-psychosociaal model

We kunnen concluderen dat de hersenen een grote rol spelen bij de ontwikkeling van een verslaving. Niet iedereen is even gevoelig voor de belonende werking van een middel als alcohol. Sommige personen ervaren veel sterkere positieve effecten van alcohol dan anderen en zijn daardoor meer verslavingsgevoelig. Hierbij spelen onder andere genetische factoren en vroegkinderlijke traumatisering een rol. Op jonge leeftijd beginnen met het drinken van alcohol lijkt ook de kans op verslaving op latere leeftijd te verhogen. Daarnaast spelen er ook sociale factoren een rol bij de ontwikkeling van een verslaving zoals de invloed van vriendengroepen, problemen op school of werk of relatieproblemen. Verslaving moet daarom gezien worden als een stoornis die ontstaat door de interactie van biologische, psychologische en sociale factoren.

Meer informatie


Gerelateerde pagina's

Nieuws

Links

Referenties

  1. Gardner, E.L. (2011). Introduction: Addiction and Brain Reward and Anti-Reward Pathways. Adv Psychosom Med. 2011 ; 30: 22–60.
  2. Trimbos-instituut/CBO (2009). Multidisciplinaire richtlijn Stoornissen in het gebruik van alcohol. Utrecht: Trimbos-instituut/CBO. 

Laatst gewijzigd: woensdag 15 mei 2019 15:39