Stoornissen in het gebruik van alcohol volgens de DSM 5 (V)

Ga direct naar achtergrondinformatie


Volgens de vijfde editie van de DSM  is er sprake van een stoornis in het gebruik van alcohol bij een problematisch patroon van alcoholgebruik dat leidt tot klinisch significante beperkingen of lijdensdruk. Er is sprake van een lichte stoornis als 2 of 3 van in totaal 11 criteria in het afgelopen jaar aanwezig waren. Bij 3 of 4 criteria spreekt men van een matige stoornis in het gebruik van alcohol, bij 6 of meer van een ernstige stoornis [1].

DSM-5 criteria voor een stoornis in het gebruik van alcohol

  1. Alcohol wordt vaak gebruikt in grotere hoeveelheden of langduriger dan de bedoeling was.
  2. Er is een blijvende wens, of er zijn vergeefse pogingen gedaan, om het alcoholgebruik te minderen of in de hand te houden.
  3. Veel tijd wordt besteed aan activiteiten die nodig zijn om aan alcohol te komen, alcohol te gebruiken of te herstellen van de effecten ervan.
  4. De persoon voelt een hunkering, sterke wens of drang tot alcoholgebruik.
  5. Er is sprake van terugkerend alcoholgebruik met als gevolg dat de belangrijkste rolverplichtingen niet worden nagekomen op het werk, op school of thuis.
  6. Er is aanhoudend alcoholgebruik ondanks blijvende of terugkerende sociale of interpersoonlijke problemen, veroorzaakt of verergerd door de effecten van alcohol.
  7. Belangrijke sociale, beroepsmatige of vrijetijdsactiviteiten zijn opgegeven of verminderd vanwege het alcoholgebruik.
  8. Er is sprake van terugkerend alcoholgebruik in situaties waarin dit fysiek gevaar oplevert.
  9. De persoon blijft alcohol gebruiken terwijl men weet dat er een blijvend of terugkerend lichamelijk of psychisch probleem is dat waarschijnlijk is veroorzaakt of verergerd door de alcohol.
  10. Tolerantie, zoals gedefinieerd door één van de volgende kenmerken:
    - behoefte aan een duidelijk toegenomen hoeveelheid alcohol om een intoxicatie of het gewenste effect te bereiken;
    - een duidelijk verminderd effect bij voortgezet gebruik van dezelfde hoeveelheid alcohol.
  11. Ontwenningsverschijnselen, zoals blijkt uit minstens één van de volgende kenmerken:
    - het kenmerkende onthoudingssyndroom van alcohol;
    - alcohol wordt gebruikt om onttrekkingssymptomen te verlichten of te voorkomen.

Belangrijkste verschillen met de voorgaande editie van de DSM:

De DSM-5 verving in 2014 de DSM-IV-TR[2]. De criteria van DSM-5 en DSM-IV-TR zijn grotendeels hetzelfde, maar er zijn twee uitzonderingen:

  • In de DSM-IV-TR was er een criterium met betrekking tot wettelijke problemen dat in de DSM-5 is vervallen.
  • De DSM-IV-TR bevatte geen criterium dat betrekking had op de hunkering naar alcohol[3].

Bovendien werd in de DSM-IV-TR een opsplitsing gemaakt in:

  • Alcoholmisbruik (voor diagnose is de aanwezigheid van 1 van de volgende 4 criteria vereist: 5, 6, 8 of wettelijke problemen).
  • Alcoholafhankelijkheid (voor diagnose is de aanwezigheid van 3 van de volgende 7 criteria vereist: 1, 2, 3, 7, 9, 10, 11).

In sommige onderzoeken worden nog de criteria uit de DSM-IV-TR gebruikt.


Nieuws

Referenties

  1. American Psychiatric Association (2014). Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen DSM-5. Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 5th ed. Amsterdam: American Psychiatric Association p/a Uitgeverij Boom.
  2. American Psychiatric Association (2000). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 4th edition, Text Revision (DSM-IV-TR). Washington, DC: American Psychiatric Association.
  3. Sigling, H. (2016). Van DSM IV-TR naar DSM-5: middelengebruik en gedragsverslavingen. Verslaving:tijdschrift over verslavingsproblematiek 12 (4): 228-239.

Laatst gewijzigd: woensdag 1 mei 2019 10:11