Wat vinden stakeholders van invoering van Minimum Unit Pricing?

Dit item maakt deel uit van dossier: Alcohol en Minimum Unit Pricing (MUP)
Ga direct naar achtergrondinformatie


Wie hebben er belang bij de invoering van Minimum Unit Pricing en wie niet? En hoe staan verschillende groepen belanghebbenden tegenover invoering van Minimum Unit Pricing in Nederland? We beschrijven de argumenten van grote en kleine alcoholproducenten en van horeca, supermarkten en detailhandel (slijterijen, handelaren, winkeliers). Ook geven we de argumenten van de verslavings- en gezondheidszorg, en tot slot die van jongvolwassen consumenten en van de groep volwassen en oudere consumenten [1].

In deze inventarisatie is onderscheid gemaakt tussen drie verschillende soorten argumenten: over economische effecten, over gezondheidseffecten en over andere effecten. Ook hebben de belanghebbenden aangegeven of ze de effecten gunstig of ongunstig vinden. NB: het gaat hier dus nadrukkelijk om meningen en niet om objectieve feiten.

Grote alcoholproducenten

De grote alcoholproducenten (grootbedrijven van A- en B-merken) benoemen vooral economische argumenten. Ze geven zowel argumenten vóór als tegen de invoering van Minimum Unit Pricing.

Gunstige economische effecten

  • Een kleiner prijsverschil tussen A- en B-merken geeft een betere concurrentiepositie voor A-merken.
  • Alcohol wordt weer beschouwd als een speciaal product (zogenaamde ‘premiumisering’), wat de positionering op de markt ten goede komt.
  • De hogere winstmarge compenseert de verminderde alcoholverkoop.
  • De extra opbrengsten gaan naar de alcoholbranche, niet naar de overheid (zoals bij accijnsverhoging).
  • De maatregel creëert een impuls voor het produceren van dranken met lagere alcoholpercentages of in kleinere flesjes of blikjes om prijzen te drukken.

Ongunstige economische effecten

‘Verschuivingseffecten’ (het verplaatsen van het probleem):

  • Meer alcoholverkoop via (buitenlandse) webshops
  • Toename van criminaliteit (diefstal, illegale stook en illegale handel)
  • Verschuiving van alcoholgebruik naar (illegale) drugs (substitutie-effect)
  • Grenseffecten (kopen van alcohol in buurlanden zonder MUP)

Daarnaast:

  • Producenten van relatief goedkopere alcoholhoudende dranken worden door Minimum Unit Pricing onevenredig geraakt.
  • Minimum Unit Pricing is een handelsbeperkende beleidsmaatregel en ingrijpen van de overheid in de vrije markt is onwenselijk.
  • Minimum Unit Pricing kan leiden tot inkomensongelijkheid tussen groepen consumenten. Consumenten met een lage sociaaleconomische status (SES) worden namelijk financieel benadeeld: zij hebben minder te besteden en kunnen bij hogere prijzen minder alcohol aanschaffen.
  • Consumenten kunnen gaan wennen aan de prijsverhoging van alcoholhoudende dranken waardoor het effect van de maatregel kan wegebben.

MUP vergeleken met andere maatregelen

  • Volgens grote alcoholproducenten is er onvoldoende bewijs voor de effectiviteit van Minimum Unit Pricing voor het terugdringen van overmatig alcoholgebruik. Zij denken dat het beter is om in educatie en voorlichting te investeren. 
  • Ze willen eerst de effecten afwachten van al ingevoerde maatregelen (zoals het beperken van het geven van kortingen) en van recent ingezette trends (zoals de toename van het aanbod van 0.0%-dranken) om onnodige stapeling van maatregelen te voorkomen.

Kleine alcoholproducenten

Kleine alcoholproducenten (kleine en middelgrote producenten van A- en B-merken) noemen één gunstig gezondheidsargument en ook een aantal gunstige economische argumenten. Daarnaast noemen ze ook een flink aantal ongunstige andere argumenten.

Gunstig gezondheidseffect

Minimum Unit Pricing kan alcoholgebruik en daarmee samenhangende (gezondheids-)schade, verkeersongevallen, geweldsdelicten en kosten voorkomen en verminderen.

Gunstige economische effecten

  • Een kleiner prijsverschil tussen A- en B-merken geeft een betere concurrentiepositie voor A-merken en detailhandel.
  • De detailhandel wordt niet geraakt door Minimum Unit Pricing omdat daar voornamelijk duurdere alcoholhoudende dranken verkocht worden.
  • De extra opbrengsten gaan naar de alcoholbranche, niet naar de overheid (zoals bij accijnsverhoging).
  • De maatregel creëert een impuls voor het produceren van alcoholvrije en alcoholarme dranken.
  • De maatregel is gunstiger dan andere prijsmaatregelen, zoals accijnsverhoging.

Ongunstige andere effecten

  • Verschuivingseffecten: substitutie- en grenseffecten (kopen van alcohol in buurlanden zonder MUP).
  • Minimum Unit Pricing is een handelsbeperkende beleidsmaatregel en ingrijpen van de overheid in de vrije markt is onwenselijk.
  • Minimum Unit Pricing kan leiden tot inkomensongelijkheid tussen groepen consumenten. Consumenten met een lage sociaaleconomische status (SES) worden namelijk financieel benadeeld: zij hebben minder te besteden en kunnen bij hogere prijzen minder alcohol aanschaffen.
  • Minimum Unit Pricing kan de prijs-kwaliteitverhouding van alcoholhoudende dranken verstoren.
  • Er is onvoldoende bewijs voor het effect van Minimum Unit Pricing op het terugdringen van (problematisch) alcoholgebruik.
  • De toenemende vraag naar alcoholvrije en alcoholarme dranken kan zorgen voor een daling in het alcoholgebruik, wat weer een kleinere omzet tot gevolg kan hebben.

MUP vergeleken met andere maatregelen

  • Een verbod op prijsacties is effectiever dan Minimum Unit Pricing, net als educatie en voorlichting.
  • De timing van invoering van Minimum Unit Pricing is ongunstig: er zijn recent al afspraken uit het Nationaal Preventieakkoord Problematisch Alcoholgebruik ingevoerd en die zijn nog niet geëvalueerd.

Horeca

De horeca noemt zowel gezondheids- als economische argumenten. De argumenten pleiten zowel vóór als tegen de invoering van Minimum Unit Pricing.

Gunstig gezondheidseffect

  • Minimum Unit Pricing kan alcoholgebruik voorkomen en verminderen.

Gunstige economische effecten

  • Afname van het prijsverschil tussen retail en horeca kan een betere concurrentiepositie voor de horeca tot gevolg hebben.
  • De horeca wordt niet geraakt door Minimum Unit Pricing omdat daar voornamelijk duurdere alcoholhoudende dranken verkocht worden.
  • Alcohol wordt weer beschouwd als een speciaal product, wat tot gevolg kan hebben dat er meer alcohol in de horeca gebruikt zal worden en minder thuis. Dit is positief voor de openbare veiligheid omdat er in de horeca meer toezicht en handhaving is dan thuis.
  • De horeca verwacht een beter resultaat van Minimum Unit Pricing dan van accijnsverhoging.

Ongunstig andere effecten

Verschuivingseffecten:

  • Toename van criminaliteit (diefstal, illegale stook en illegale handel)
  • Verschuiving van alcoholgebruik naar (illegale) drugs (substitutie-effect)
  • Grenseffecten (kopen van alcohol in buurlanden zonder MUP)

Supermarkten

Supermarkten noemen overwegend economische argumenten tegen invoering van Minimum Unit Pricing.

Ongunstige economische effecten

Verschuivingseffecten:

  • Meer alcoholverkoop via (buitenlandse) webshops
  • Toename van criminaliteit (diefstal, illegale stook en/of handel)
  • Verschuiving van alcoholgebruik naar (illegale) drugs (substitutie-effect)

Daarnaast:

  • Grenseffecten (kopen van alcohol in buurlanden zonder MUP) leidt tot klant- en omzetverlies wat kan resulteren in belastingderving voor de overheid
  • Minimum Unit Pricing wordt door de supermarkten als een te algemene prijsmaatregel gezien die alle typen drinkers treft. Supermarkten zijn van mening dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor leefstijlkeuzes.
  • Minimum Unit Pricing is een handelsbeperkende beleidsmaatregel en ingrijpen van de overheid in de vrije markt is onwenselijk.
  • Supermarkten zijn van mening dat verandering van drinkgedrag aangepakt dient te worden door het veranderen van de sociale norm.

Verslavings- en gezondheidszorg

De verslavings- en gezondheidszorgsector noemt overwegend gezondheidsargumenten vóór invoering van Minimum Unit Pricing en daarnaast ook enkele andere tegenargumenten.

Gunstige gezondheidseffecten

  • Minimum Unit Pricing kan alcoholgebruik bij veelgebruikers voorkomen en verminderen. Dit kan bijdragen aan de gewenste cultuurverandering dat alcohol ongezond is.
  • Hogere prijzen van alcoholhoudende dranken werken ontmoedigend, terwijl lagere prijzen van alcoholhoudende dranken juist overmatig alcoholgebruik en -misbruik in de hand werken, met name bij jongeren.
  • Minimum Unit Pricing creëert een impuls voor het produceren van alcoholvrije en alcoholarme dranken. Dit kan bijdragen aan het verminderen van alcoholgebruik en het verminderen van (gezondheids-)schade en arbeidsverzuim door alcohol. Ook kan dit de arbeidsproductiviteit verhogen.
  • Minimum Unit Pricing is kosteneffectiever om overmatige, zware en problematische drinkers te bereiken dan andere maatregelen, wat kan resulteren in dalingen in kosten voor de zorg, politie en justitie.
  • Afname van het prijsverschil tussen retail en de horeca kan een toename van alcoholgebruik in de horeca tot gevolg hebben waardoor er minder thuis gedronken wordt. In de horeca is er meer toezicht en handhaving.
  • Een prijsverhoging van alcoholhoudende dranken door Minimum Unit Pricing weerhoudt mensen met een stoornis in het alcoholgebruik er niet van om alcohol te drinken. Zij kunnen hierdoor in financiële problemen raken. Dit is in eerste instantie een ongunstig effect, maar financiële problemen kunnen er ook voor zorgen dat mensen met een stoornis in het alcoholgebruik eerder hulp gaan zoeken met gunstige gevolgen voor hun gezondheid.

Ongunstige andere effecten

  • Verschuivingseffecten: substitutie- en grenseffecten (kopen van alcohol in buurlanden zonder MUP).
  • Minimum Unit Pricing kan leiden tot inkomensongelijkheid tussen groepen consumenten. Consumenten met een lage sociaaleconomische status (SES) worden namelijk financieel benadeeld: zij hebben minder te besteden en kunnen bij hogere prijzen minder alcohol aanschaffen.
  • Een prijsverhoging van alcoholhoudende dranken door Minimum Unit Pricing weerhoudt mensen met een stoornis in het alcoholgebruik er niet van om alcohol te drinken. Zij kunnen hierdoor in financiële problemen raken. Hierdoor kunnen ook gezinsleden, waaronder kinderen, getroffen worden.

Detailhandel (slijterijen, handelaren en winkeliers)

De detailhandel noemt zowel gezondheidsargumenten als economische argumenten en zowel argumenten vóór als tegen invoering van Minimum Unit Pricing.

Gunstige economische effecten

  • Afname van het prijsverschil tussen speciaalzaken en supermarkten kan een betere concurrentiepositie voor de detailhandel tot gevolg hebben.
  • De detailhandel vindt Minimum Unit Pricing gunstiger dan andere prijsmaatregelen, zoals accijnsverhoging.

Ongunstige economische effecten

  • Verschuivingseffecten: meer verkoop via (buitenlandse) webshops.
  • Minimum Unit Pricing is een handelsbeperkende beleidsmaatregel: de detailhandel wil zelf controle houden over het aanbod en de prijzen van alcoholhoudende dranken.
  • Minimum Unit Pricing kan een verstoring tot gevolg hebben van de verhoudingen tussen de verschillende schakels in de distributieketen (producent -> groothandel -> detailhandel -> consument). Hierdoor kan de maatregel op termijn invloed hebben op de inkoopprijs van alcoholhoudende dranken voor de detailhandel.

MUP vergeleken met andere maatregelen

  • Volgens de detailhandel draagt Minimum Unit Pricing niet bij aan verantwoord alcoholgebruik. Er kan beter in educatie en voorlichting worden geïnvesteerd. 
  • De detailhandel wil eerst de effecten van al ingevoerde maatregelen afwachten om onnodige stapeling van maatregelen te voorkomen.

Jongvolwassen consumenten

Jongvolwassen consumenten (studenten en plattelandsjongeren tussen 18 en 25 jaar) noemen gezondheids- en economische argumenten. De argumenten zijn zowel vóór als tegen invoering van Minimum Unit Pricing.

Gunstig gezondheidseffect

  • Jongvolwassen consumenten verwachten dat de meerderheid van hun leeftijdsgenoten vóór invoering van Minimum Unit Pricing is, als blijkt dat deze maatregel daadwerkelijk effectief is om alcoholgebruik te verlagen en dus een positief effect heeft op de eigen gezondheid en de volksgezondheid in het algemeen.

Ongunstige andere effecten

  • Jongvolwassen consumenten verwachten dat de maatregel geen effect heeft op leeftijdsgenoten, maar wel op mensen die minder te besteden hebben.
  • Jongvolwassen consumenten verwachten dat leeftijdsgenoten meer sterke drank zullen gaan drinken in plaats van dranken met weinig alcohol.
  • Voor studentenverenigingen kan de maatregel ongunstig zijn. De verkoop van goedkope alcoholhoudende dranken is voor hen een belangrijke inkomstenbron, waarmee ze zich onderscheiden van de horeca. Door Minimum Unit Pricing komen de prijzen van alcohol bij studentenverenigingen dichter bij de horecaprijzen te liggen.
  • Door Minimum Unit Pricing gaan studenten wellicht vaker thuis drinken in plaats van op de studentenvereniging, waar minder toezicht is.

Volwassen en oudere consumenten

Volwassen en oudere consumenten noemen overwegend gezondheidsargumenten vóór invoering van Minimum Unit Pricing. Ze noemen geen economische argumenten en daarnaast ook enkele andere argumenten tegen invoering. 

Gunstige gezondheidseffecten

  • Minimum Unit Pricing kan alcoholgebruik en daar mee samenhangende (gezondheids-)schade, verkeersongevallen, geweldsdelicten en kosten verminderen, met name bij jongeren.

Ongunstige andere effecten

  • Minimum Unit Pricing kan leiden tot inkomensongelijkheid tussen groepen consumenten. Consumenten met een lage sociaaleconomische status (SES) worden namelijk financieel benadeeld: zij hebben minder te besteden en kunnen bij hogere prijzen minder alcohol aanschaffen.
  • De extra opbrengsten gaan naar de alcoholbranche en niet naar de overheid (zoals bij accijnsverhoging). Dit kan resulteren in belastingderving voor de overheid die elders gecompenseerd moet worden.

Links/meer informatie/gerelateerde tools/factsheets artikelen (extern)


Nieuws

Referenties

  1. De Wit, G. A., Visscher, K., Over, E., Van Gelder, N., Everaars, B., Van Gils, P. F., & Voogt, C. (2021). Minimum Unit Pricing voor alcohol - Onderzoek naar de haalbaarheid van invoering in Nederland. Geraadpleegd van: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2021-0014.pdf