Signaleren van alcoholproblematiek in de huisartsenzorg

Dit item maakt deel uit van dossier: Alcohol in de huisartsenpraktijk
Ga direct naar achtergrondinformatie


Het signaleren van alcoholproblemen door huisartsen en POH-GGz vraagt aandacht. Het Partnership Vroegsignalering Alcohol (2005- 2014) [1] heeft hiervoor - in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport - protocollen, tools en deskundigheidsbevordering ontwikkeld en geïmplementeerd in de huisartsenzorg. Voorbeelden zijn de implementatie van de NHG-Standaard Problematisch alcoholgebruik en het nascholingstraject voor huisartsen.

Signaleren van alcoholproblematiek

Signalen die kunnen duiden op problematische alcoholgebruik zijn [2]:

  • Psychische of sociale problemen, gecombineerd met slaapproblemen;
  • Aanwezigheid van alcoholgeur of sterke geuren ter maskering;
  • Frequent gebruik en verzoek om tranquillizers en hypnotica;
  • Klachten over moeheid, malaise, tremoren, palpitaties of overmatig transpireren; maag- en darmklachten, zoals refluxklachten en diarree;
  • Frequente spreekuurbezoeken of frequente bezoeken aan eerste hulp van een ziekenhuis.

Aandacht voor de risicofactoren van problematisch alcoholgebruik (zie voor meer informatie het item risicofactoren), kan bovendien helpen om alcoholproblematiek te signaleren. Bij een vermoeden van problematisch alcoholgebruik kan gebruik gemaakt worden van een screeningsinstrument om het vermoeden te toetsen. Voorbeelden zijn de Audit (-c) of de Five-Shot. Bekijk het overzicht van de verschillende screenings vragenlijsten.

Ook het laten invullen door de patiënt van een online tool is een mogelijkheid. Met behulp van een anonieme zelftest kan de patiënt nagaan of zijn drinkgedrag een risico voor de gezondheid is. De patiënt kan de test thuis doen of op de huisartspraktijk, eventueel met begeleiding van de POH-GGz. Al naar gelang de uitkomst van de test bespreekt de huisarts met de patiënt de wenselijkheid en motivatie om het alcoholgebruik te veranderen. 

Alcoholgebruik bespreken

Mensen associëren alcohol vaak met gezelligheid en ontspanning. Daardoor rust er een taboe op het praten over problemen met alcohol. Dat taboe zorgt ervoor dat mensen snel een vermanend vingertje ervaren bij het praten over hun alcoholgebruik. Het is daarom belangrijk om als huisarts alcohol niet bij voorbaat als iets problematisch te benaderen. Om dit te kunnen is het goed dat huisartsen bij zichzelf nagaan of zij gevoelens of overtuigingen hebben die een neutrale insteek in de weg staan. Naast een neutrale houding ten opzichte van alcohol is het belangrijk om patiënten altijd toestemming te vragen voor het (verder) praten over hun alcoholgebruik. Hierbij is het gewenst dat de huisarts open en concrete vragen stelt, inzicht verwerft in de betekenis van alcohol voor de patiënt en ongevraagd advies vermijdt. Tenslotte is  beschikbaarheid van informatie- en consultatiebronnen zowel voor de patiënt als de huisarts en POH-GGz noodzakelijk.


Links

Referenties

  1. Het Partnership Vroegsignalering Alcohol (PVA, 2005 -2014) heeft samenwerking van meerdere partijen gestimuleerd en gecoördineerd om het alcoholgebruik te agenderen in de gezondheidszorg en in andere hulpverleningscontacten. Het PVA was een samenwerkingsverband met vertegenwoordigers van het Nederlands Huisartsengenootschap, GGD Nederland, Resultaten Scoren, IQ Healthcare, CBO-TNO, Reinier de Graaf Groep, Hogeschool Windesheim en Trimbos-instituut onder voorzitterschap van prof. dr. Gerard M. Schippers van het Amsterdam Institute for Addiction and Research.
  2. Franx, G. & van Splunteren, P. (2014). Zorgpad problematisch alcoholgebruik. Utrecht: Trimbos-instituut.

Laatst gewijzigd: maandag 31 december 2018 10:11