Risico’s van alcohol in het verkeer

Ga direct naar achtergrondinformatie


Rijden onder invloed van alcohol levert gevaar op voor de verkeersveiligheid. Naar schatting vielen er in 2015 75 tot 140 verkeersdoden als gevolg van alcohol [1].

In Nederland ligt de wettelijke limiet voor beginnende bestuurders op een bloedalcoholgehalte (BAG) van 0,2 g/l en voor ervaren bestuurders op een BAG van 0,5 g/l. De belangrijkste risicogroepen wat betreft rijden onder invloed van alcohol zijn zware drinkers, jonge mannen en combinatiegebruikers (vaak ook jonge mannen).

Invloed op het rijgedrag

Na consumptie wordt alcohol via de maagwand en de dunne darm opgenomen in het bloed en bereikt deze in ongeveer tien minuten de hersenen. Alcohol heeft een verdovende werking op de hersenen waardoor remmingen wegvallen, de concentratie en het geheugen verminderen, en zelfoverschatting bij de gebruiker toeneemt. 

De consumptie van alcohol heeft ook effecten op het rijgedrag. De waarneming vermindert waardoor het sturen slechter wordt uitgevoerd. De bestuurder meer gaat slingeren en de reactiesnelheid neemt af.

Omdat een bestuurder onder invloed van alcohol onverschilliger wordt, zal hij ook minder geneigd zijn om voor zijn verminderde rijvaardigheid te gaan compenseren. Daar komt nog eens bij dat de gebruiker zijn eigen mogelijkheden overschat en de risico's onderschat [1,2].

Toename ongevalrisico

Het gebruik van alcohol in het verkeer leidt tot een hoger ongevalsrisico [1,3].  Het relatieve ongevalsrisico bij een gegeven BAG-waarde is het ongevalsrisico ten opzichte van dat van een nuchtere bestuurder. Het risico neemt exponentieel toe bij hogere bloedalcoholgehaltes. Het risico bij een BAG van 0,5 g/l wordt ongeveer 40% hoger ingeschat [3]. Bij 1,0 g/l is het risico bijna 4 keer zo hoog, en bij een BAG van 1,5 g/l is het ongevalsrisico zelfs meer dan 20 keer zo hoog als dat van een nuchtere automobilist.

Ook voor fietsers en voetgangers geldt een dergelijk exponentieel verband: het risico om gewond te raken bij een verkeersongeval neemt exponentieel toe bij hogere bloedalcoholgehaltes [1,4].

Alcoholongevallen door zware drinkers

Ongeveer twee derde van de ernstig gewonde bestuurders onder invloed van alcohol heeft een BAG boven de 1,3 g/l (5). De groep zware drinkers is met een aandeel van 0,2% in het Nederlandse verkeer relatief klein [6] maar wel verantwoordelijk voor de meeste alcoholongevallen [1].

Jonge bestuurders

Hoewel jonge bestuurders in het verkeer minder alcohol gebruiken dan oudere bestuurders, zijn ze oververtegenwoordigd in de groep slachtoffers en bestuurders die betrokken zijn bij alcoholongevallen [7,8] 2009 maakten jonge mannen slechts 4% uit van de rijbewijsbezitters maar maakten zij 29% uit van de ernstig gewonde autobestuurders die alcohol hadden gebruikt [1].

Verhoogd risico combinatiegebruikers

Het risico om gewond te raken bij een verkeersongeval is voor de combinatiegebruiker van drugs en/of geneesmiddelen en alcohol ongeveer twee keer zo hoog als voor een bestuurder die alleen alcohol heeft gebruikt [1]. Het letselrisico van combinatie-gebruikers met een BAG boven de 0,8 g/l lag in een onderzoek van SWOV ongeveer honderd keer zo hoog was als voor nuchtere bestuurders [8]. Ook in de DRUID-studie [9] wordt het relatieve risico na gebruik van alcohol in combinatie met drugs als extreem hoog ingeschat.

Het combinatiegebruik van alcohol en drugs is onder jongere mannen (18 t/m 34 jaar) drie keer zo hoog als onder bestuurders in het algemeen. Dit komt met name voor tijdens nachtelijke uren [6].


Gerelateerde pagina's

Nieuws

Links

Referenties

  1. SWOV (2016). Rijden onder invloed van alcohol. SWOV-factsheet, september 2016, Den Haag.
  2. Steyvers, F.J.J.M. & Brookhuis, K.A. (1996). Effecten van lichaamsvreemde stoffen op het rijgedrag: een literatuuroverzicht. Rijksuniversiteit Groningen RUG, Verkeerskundig Studiecentrum VSC, Haren.
  3. Blomberg, R.D., Peck, R.C., Moskowitz, H., Burns, M. & Fiorentino, D. (2005). Crash risk of alcohol involved driving: A case-control study. Dunlap and Associates, Inc., Stamford.
  4. Olkkonen, S. & Honkanen, R. (1990). The role of alcohol in nonfatal bicycle injuries. In: Accident Analysis & Prevention, vol. 22, nr. 1, p. 89-96.
  5. Isalberti, C., Van der Linden, T., Legrand, S.A., Verstraete, A., et al. (2011). Prevalence of alcohol and other psychoactive substances in injured and killed drivers. Deliverable 2.2.5 of DRUID Driving under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines. European Commission, Brussels.
  6. Houwing, S., Hagenzieker, M., Mathijssen, R., Bernhoft, I.M., et al. (2011). Prevalence of alcohol and other psychoactive substances in drivers in general traffic. Part 1: General results and Part 2: Country reports. Deliverable 2.2.3 of DRUID Driving Under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines. European Commission, Brussels.
  7. I&O Research (2016). Rijden onder invloed in Nederland in 2002-2015: ontwikkeling van het alcoholgebruik van automobilisten in weekendnachten. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, DG Rijkswaterstaat, Water, Verkeer en Leefomgeving WVL, ‘s-Gravenhage.
  8. Mathijssen, R. & Houwing, S. (2005). The prevalence and relative risk of drink and drug driving in the Netherlands: a case-control study in the Tilburg police district; research in the framework of the European research programme IMMORTAL R-2005-9. SWOV, Leidschendam.
  9. Hels, T., Bernhoft, I.M., Lyckegaard, A., Houwing, S., et al. (2011). Risk of injury by driving with alcohol and other drugs. Deliverable 2.3.5. of DRUID Driving under the Influence of Drugs, Alcohol and Medicines. European Commission, Brussels.

Laatst gewijzigd: vrijdag 14 december 2018 13:39