Invloed van alcohol op het ontstaan van hartritmestoornissen

Dit item maakt deel uit van dossier: Alcohol en hart- en vaatziekten
Ga direct naar achtergrondinformatie


Het drinken van alcoholische dranken heeft invloed op het ontstaan van hartritmestoornissen. We gaan nader in op de invloed van de verschillende drinkpatronen op het ontstaan van boezemfibrilleren. Uit onderzoek is ook gebleken dat minderen of stoppen met drinken een positieve invloed heeft. Tot slot gaan we in op een aantal mogelijke biologische verklaringen.

Bij een hartritmestoornis slaat het hart te snel, te langzaam of onregelmatig. Een hartritmestoornis kan op verschillende plaatsen in het hart ontstaan: in de hartboezems (atria), in de hartkamers (ventrikels) of er tussenin [1] (zie figuur 1).

Figuur 1: afbeelding van de onderdelen van het hart. Bron: Hartstichting

Boezemfibrilleren (atriumfibrilleren)

De meest voorkomende hartritmestoornis is boezemfibrilleren (ook wel atriumfibrilleren of AF genoemd). Het meeste onderzoek op dit terrein richt zich op de relatie tussen alcoholgebruik en boezemfibrilleren. Ook in deze tekst ligt de focus hierop. Boezemfibrilleren is in het algemeen minder ernstig dan kamerfibrilleren. Overmatig alcoholgebruik is geassocieerd met een groter risico op boezemfibrilleren [2, 3, 4, 6].

Kamerfibrilleren (ventrikelfibrilleren)

Kamerfibrilleren of ventrikelfibrilleren is een hartritmestoornis in de hartkamers. Kamerfibrilleren is ernstig omdat het ritme van de hartkamers daarbij zo snel is dat ze alleen nog trillen en niet meer echt samentrekken. Er wordt geen bloed meer rondgepompt en er is sprake van een circulatiestilstand, ook wel hartstilstand genoemd. Dit leidt tot een plotselinge hartdood, tenzij het slachtoffer snel wordt gereanimeerd [1]. Bij kamerfibrilleren en plotselinge hartdood is een verband met zwaar alcoholgebruik aangetoond [9, 10].

Alcoholgebruik en boezemfibrilleren (atriumfibrilleren)

Verschillende patronen van alcoholgebruik (drinkpatronen) hebben een verschillende invloed op het ontstaan van atriumfibrilleren (AF).

  • Matige alcoholconsumptie (vanaf 1,2 standaardglas per dag) is geassocieerd met een groter risico op AF [2, 6]. Het risico wordt groter naarmate er meer wordt gedronken [2, 3, 4] (zie figuur 2).
  • Binge drinken verhoogt het risico op boezemfibrilleren. Dit heet ook wel het holiday heart syndrome (vakantie-hartsyndroom). Bij dit syndroom worden hartritmestoornissen veroorzaakt door binge drinken. Het syndroom werd voor het eerst beschreven in 1978 door een arts die patiënten behandelde die last van boezemfibrilleren kregen na een weekend binge drinken [5].
  • Abstinentie (niet-drinken) is de beste manier om het risico op boezemfibrilleren te verkleinen [3].

Figuur 2: Het risico op atriumfibrilleren (AF) voor verschillende hoeveelheden alcohol in gram per dag (Csengeri e.a. 2021, 2). Uit deze figuur blijkt dat het risico op AF toeneemt bij een grotere dagelijkse alcoholconsumptie. Er is geen beschermend effect van alcohol op AF.

Minderen en stoppen gunstig bij boezemfibrilleren

Onderzoek toont aan dat minderen of stoppen met drinken een gunstig effect kan hebben op boezemfibrilleren. Onder mensen die minderden of stopten met alcoholgebruik duurde het langer voordat de hartritmestoornissen terugkwamen en waren er minder aanvallen dan bij mensen die niet stopten. Ook hadden mensen die gestopt of geminderd waren na 6 maanden minder last van boezemfibrilleren dan mensen die niet gestopt waren of geminderd hadden [7]. Minderen of stoppen met drinken kan dus lonen voor mensen die last hebben van boezemfibrilleren.

Mogelijke biologische verklaringen

Alcoholgebruik kan een hartritmestoornis of AF veroorzaken via vijf verschillende mechanismen [8].

  1. Alcohol beschadigt cellen in het hart. Dit kan leiden tot bindweefselvorming (littekenvorming of fibrose) in de hartspier, wat een onregelmatige hartslag kan veroorzaken.
  2. Alcohol heeft invloed op elektrofysiologische processen in het hart. De cellen in de hartspier trekken op een gecoördineerde manier samen door de overdracht van elektrische signalen tussen de cellen. Alcohol kan deze signalen veranderen en verstoren.
  3. Alcohol heeft effect op het autonome zenuwstel. Het autonome zenuwstel reguleert verschillende onbewuste processen in het lichaam, zoals de hartslag, de spijsvertering en de ademhaling. Alcohol stimuleert de werking van het autonome zenuwstelsel en dit kan een onregelmatige hartslag tot gevolg hebben.
  4. Zwaar alcoholgebruik kan leiden tot ‘dilaterende cardiomyopathie’. Cardiomyopathie is een ziekte van de hartspier, waarbij het hart minder goed kan samentrekken of ontspannen. Bij een ‘dilaterende’ cardiomyopathie verslapt de hartspier, waardoor het hij wijder wordt. Deze vorm van cardiomyopathie leidt mogelijk tot een verhoogd risico op boezemfibrilleren [11].
  5. Alcohol kan het risico op AF ook indirect beïnvloeden. Regelmatig alcoholgebruik vergroot namelijk het risico op het ontstaan van obesitas, ademhalingsstoornissen (slaapapneu) en hoge bloeddruk. Mensen met deze aandoeningen lopen meer risico op het ontstaan van boezemfibrilleren.

 


Referenties

  1. Hartstichting. Geraadpleegd: Lees over soorten hartritmestoornissen | Hartstichting
  2. Csengeri, D., Sprünker, N. A., Di Castelnuovo, A., Niiranen, T., Vishram-Nielsen, J. K., Costanzo, S., ... & Schnabel, R. B. (2021). Alcohol consumption, cardiac biomarkers, and risk of atrial fibrillation and adverse outcomes. European Heart Journal, 42(12), 1170-1177.
  3. Kodama S, Saito K, Tanaka S, et al. Alcohol consumption and risk of atrial fibrillation: a meta-analysis. J Am Coll Cardiol. 2011;57:427-436.
  4. Menezes AR, Lavie CJ, DiNicolantonio JJ, et al. Atrial fibrillation in the 21st century: a current understanding of risk factors and primary prevention strategies. Mayo Clin Proc. 2013;88:394-409.
  5. Ettinger PO, Wu CF, De La Cruz C Jr., Weisse AB, Ahmed SS, Regan TJ. Arrhythmias and the “holiday heart”: alcohol-associated cardiac rhythm disorders. Am Heart J 1978;95:555–62.
  6. Larsson SC, Drca N, Wolk A. Alcohol consumption and risk of atrial fibrillation: a prospective study and dose-response meta-analysis. J Am Coll Cardiol 2014;64:281–289.
  7. Voskoboinik, A., Kalman, J. M., De Silva, A., Nicholls, T., Costello, B., Nanayakkara, S., ... & Kistler, P. M. (2020). Alcohol abstinence in drinkers with atrial fibrillation. New England Journal of Medicine, 382(1), 20-28.
  8. Voskoboinik, A., Prabhu, S., Ling, L. H., Kalman, J. M., & Kistler, P. M. (2016). Alcohol and atrial fibrillation: a sobering review. Journal of the American College of Cardiology, 68(23), 2567-2576.
  9. Wannamethee, G., & Shaper, A. G. (1992). Alcohol and sudden cardiac death. Heart, 68(11), 443-448.
  10. George, A., & Figueredo, V. M. (2010). Alcohol and arrhythmias: a comprehensive review. Journal of cardiovascular medicine, 11(4), 221-228.
  11. Kodama, S., Saito, K., Tanaka, S., Horikawa, C., Saito, A., Heianza, Y., ... & Sone, H. (2011). Alcohol consumption and risk of atrial fibrillation: a meta-analysis. Journal of the American College of Cardiology, 57(4), 427-436.

Laatst gewijzigd: woensdag 6 oktober 2021 13:35