Hoe werken sociale wijkteams

Dit item maakt deel uit van dossier: Alcoholgebruik en sociale wijkteams
Ga direct naar achtergrondinformatie


Door de drie decentralisaties op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Participatiewet en Jeugdwet zijn extra taken op het terrein van zorg, werk en jeugdhulp onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten gekomen. Om aan deze taken te voldoen hebben de meeste gemeenten sociale wijkteams ingericht. Medio 2017 heeft 83% van de gemeenten één of meer wijkteams. Het aantal wijkteams per gemeente verschilt sterk en hangt samen met het aantal inwoners in de gemeente. Gemiddeld werkt er 9.8 fte per team [1].

De belangrijkste beleidsdoelstellingen van de sociale wijkteams zijn: passende zorg en ondersteuning (maatwerk), integrale aanpak van multiproblematiek, en het vergroten van zelfredzaamheid van burgers. De activiteiten die het meeste tijd vragen zijn casusregie, vraagverheldering of keukentafelgesprekken, het maken van een plan met de cliënt, en het bieden van kortdurende ondersteuning. De nadruk ligt op individuele zorg [1].

Organisatie en positionering van de sociale wijkteams

Elke gemeente geeft een eigen invulling aan de organisatievorm van het sociale wijkteam. Movisie onderscheidt vier organisatiemodellen [2]:

  • Breed integraal team voor alle hulpvragen van enkelvoudige tot meervoudige problematiek (40% van de gemeenten);
  • Breed integraal team uitsluitend voor complexe of meervoudige hulpvragen (18% van de gemeenten);
  • Domein of doelgroep specifieke teams (23% van de gemeenten); en
  • Generalistisch wijkteam als voorpost (toegang) met daarachter één of meer domein specifieke teams waarnaar doorverwezen kan worden (14% van de gemeenten).

In bijna alle gemeenten komt de organisatievorm van de sociale wijkteams in de buurt van één van deze vier organisatie­modellen.

Bijna de helft van de gemeenten heeft het sociale wijkteam in eigen beheer. De medewerkers zijn in dienst bij de gemeente en/of gedetacheerd vanuit hun moeder­organisatie. Bij een derde van de gemeente is het sociale wijkteam uitbesteed aan meerdere aanbieders, waarbij medewerkers in dienst blijven bij de eigen organisatie. Veel minder vaak besteedt de gemeente het sociale wijkteam uit aan één hoofdaanbieder of één speciaal opgerichte rechtspersoon, of hanteert de gemeente een verschillende beheersstructuur voor bijvoorbeeld een jeugdteam en volwassenteam [2].

Aansturing sociale wijkteams door gemeenten

De gemeente maakt verschillende typen afspraken met de sociale wijkteams over de werkzaamheden die zij verrichten. Het kan gaan om afspraken over input (hoeveelheid inzet, zoals personeel, tijd, kennis en materiaal), output (verrichte werkzaamheden of activiteiten, zoals het aantal huisbezoeken of doorverwijzingen) en outcome (behalen doelstellingen, maatschappelijke baten en veranderingen, zoals wachttijden en klanttevredenheid) [2].

Samenstelling van sociale wijkteams

Type professionals
Movisie onderscheidt drie verschillende typen professionals die – ook in combinatie – in het sociale wijkteam werkzaam zijn, namelijk:

  1. Generalist: een hulpverlener die over allerlei onderwerpen een behoorlijke basiskennis heeft om de problematiek vanuit verschillende levensdomeinen in kaart te brengen.
  2. Specialist: een hulpverlener die wordt ingeschakeld bij specifieke vraagstukken die specialistische kennis vereisen.
  3. T-shaped professional: een combinatie van bovengenoemde typen. Een hulpverlener met een eigen specialisme, maar die naar buiten toe optreedt en signaleert als generalist. De T-shaped professional is actief in bijna drie kwart van de gemeenten. In ruim twee vijfde van gemeente zijn alleen T-shaped professionals actief  [1].

De samenstelling van de sociale wijkteams
De sociale wijkteams zijn zeer divers samengesteld. In de helft tot drie kwart van de gemeenten zijn de volgende teamleden actief: maatschappelijk werk, Wmo-consulenten, MEE (expertise rondom mensen met beperking en/of als cliëntondersteuner), welzijn en maatschappelijke dienstverlening, en wijkverpleegkundige. Daarnaast is een zeer breed palet aan personen en organisaties actief uit verschillende domeinen, zoals Werk en Inkomen, jeugdhulp, verslavingszorg en/of GGZ, scholen (voortgezet- als basisonderwijs) en soms vrijwilligers en ervaringsdeskundigen (de zgn. schilvoorzieningen). De sociale wijkteams werken met veel verschillende partijen samen, en dan vooral huisartsenpraktijken, woningcorporaties, politie, Veilig Thuis, en vrijwilligersorganisaties/-centrales.

Belangrijk bij deze partners (schilvoorzieningen) is dat - als je ze wil inschakelen voor cliënten van het wijkteam - er meestal een beschikking (bij jeugd) of een verwijzing van de huisarts (volwassenen) nodig is. Dat maakt het soms lastig. Consultatie is vaak zonder verdere indicatie te regelen, maar de geluiden zijn dat hier weinig gebruik van wordt gemaakt.

Uitvoering van zorg door sociale wijkteams

Het sociale wijkteam is in het algemeen direct toegankelijk en biedt daarbij zelf kortdurende ondersteuning en zorg (basiszorg of eerstelijnszorg) aan. Voor de uitvoering van specialistische zorg (tweedelijnszorg) schakelt het sociale wijkteam specialisten in van buitenaf, waarvoor een schikking of verwijzing van de huisarts nodig is. Hierbij kan het wijkteam zelf de regie houden of de casus volledig overdragen naar de specialistische aanbieder.

De gemeenten noemen vraagverheldering of keukentafelgesprekken, het maken van een plan met de cliënt, casusregie, signalering, en het bieden van kortdurende ondersteuning het vaakst als taak voor sociale wijkteams. Deze taken staan volgens gemeenten ook in de top 3 van werkzaamheden die het meeste tijd vragen, met uitzondering van signalering. Signalering en ondersteunen en faciliteren van collectieve voorzieningen worden opvallend weinig genoemd.

Nog onvoldoende aandacht voor preventie en vroegsignalering door sociale wijkteams

Nog onvoldoende aandacht voor preventie en vroegsignalering door wijkteams
Opvallend is dat signalering een belangrijke taakopdracht voor sociale wijkteams is bij de meeste gemeenten (80%), maar in de praktijk minder aandacht krijgt: slechts 5% van de gemeenten geeft aan dat dit één van de drie werkzaamheden is waaraan de meeste tijd wordt besteed. Het ondersteunen en faciliteren van collectieve voorzieningen wordt nog minder vaak genoemd (2% van de gemeenten).

In de peiling van Movisie (2018) is gevraagd aan welke taken het sociale wijkteam nog onvoldoende toekomt. In de meeste gemeenten blijkt dit preventief werken of vroegsignalering (59%) te zijn. In de top vijf van deze lijst staan bovendien nog vier andere meer pro-actieve taken: de verbinding met voorliggende voorzieningen (nuldelijnszorg, informele netwerken en buurthulp), outreachend werken, ondersteunen en faciliteren van algemene/collectieve voorzieningen in de wijk, en het doorontwikkelen van individueel gericht aanbod naar collectieve voorzieningen [1].

Hoge werkdruk, hoge caseload en lange wachtlijsten
Dat de sociale wijkteams onvoldoende toekomen aan preventief werken en vroegsignalering wordt door gemeenten als knelpunt gezien. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn knelpunten die te maken hebben met werkbeheersing, waaronder hoge werkdruk, hoge caseload, zwaarte van problematiek en lange wachtlijsten (zowel bij de sociale wijkteams als bij de tweedelijnszorg).


Referenties

  1. Arum, S. & Van den Enden, T. (2018). Sociale (wijk)teams opnieuw uitgelicht. Derde landelijke peiling onder gemeenten (zomer 2017). Utrecht: Movisie.
  2. Bransen, E., Collard, P., Poel, A. van der, & Boon, B. (2016). Sociale (wijk)teams en verslavingspreventie. Tijdige signalering en interventie bij problematisch gebruik van alcohol en drugs. Strategische verkenning. Utrecht: Trimbos-instituut.

Laatst gewijzigd: vrijdag 22 maart 2019 20:30