Hoe werken sociale wijkteams

Dit item maakt deel uit van dossier: Alcoholgebruik en sociale wijkteams
Ga direct naar achtergrondinformatie


Sinds een aantal jaar hebben gemeenten vanwege de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Participatiewet en de Jeugdwet extra taken op het terrein van zorg, werk en jeugdhulp.. Om aan deze taken te voldoen hebben de meeste gemeenten sociale wijkteams ingericht. Medio 2019 heeft 83% van de gemeenten één of meer wijkteams. Het aantal wijkteams per gemeente verschilt sterk en hangt samen met het aantal inwoners in de gemeente. [1].

De belangrijkste beleidsdoelstellingen van de sociale wijkteams zijn: passende zorg en ondersteuning bieden (maatwerk), integrale aanpak van multiproblematiek, en het vergroten van zelfredzaamheid van burgers.[1].

Organisatie en positionering van de sociale wijkteams

Elke gemeente geeft een eigen invulling aan de organisatievorm van het sociale wijkteam. Movisie onderscheidt vier organisatiemodellen [1]:

  • Breed integraal team voor alle hulpvragen van enkelvoudige tot meervoudige problematiek (46% van de gemeenten);
  • Breed integraal team uitsluitend voor complexe of meervoudige hulpvragen (10% van de gemeenten);
  • Domein of doelgroep specifieke teams (23% van de gemeenten); en
  • Generalistisch wijkteam als voorpost (toegang) met daarachter één of meer domein specifieke teams waarnaar doorverwezen kan worden (12% van de gemeenten).
  • Overige organisatievormen (9%)

In bijna alle gemeenten komt de organisatievorm van de sociale wijkteams in de buurt van één van deze vier organisatie­modellen.

Bijna de helft van de gemeenten heeft het sociale wijkteam in eigen beheer. De medewerkers zijn in dienst bij de gemeente en/of gedetacheerd vanuit hun moeder­organisatie. Bij een kwart van de gemeente is het sociale wijkteam uitbesteed aan meerdere aanbieders, waarbij medewerkers in dienst blijven bij de eigen organisatie. Veel minder vaak besteedt de gemeente het sociale wijkteam uit aan één hoofdaanbieder of één speciaal opgerichte rechtspersoon, of hanteert de gemeente een verschillende beheersstructuur voor bijvoorbeeld een jeugdteam en volwassenteam [1].

Aansturing sociale wijkteams door gemeenten

De gemeente maakt verschillende typen afspraken met de sociale wijkteams over de werkzaamheden die zij verrichten. Het kan gaan om afspraken over input (hoeveelheid inzet, zoals personeel, tijd, kennis en materiaal), output (verrichte werkzaamheden of activiteiten, zoals het aantal huisbezoeken of doorverwijzingen) en outcome (behalen doelstellingen, maatschappelijke baten en veranderingen, zoals wachttijden en klanttevredenheid) [1].

Samenstelling van sociale wijkteams

Type professionals
Movisie onderscheidt drie verschillende typen professionals die – ook in combinatie – in het sociale wijkteam werkzaam zijn, namelijk:

  1. Generalist: een hulpverlener die over allerlei onderwerpen een behoorlijke basiskennis heeft om de problematiek vanuit verschillende levensdomeinen in kaart te brengen.
  2. Specialist: een hulpverlener die wordt ingeschakeld bij specifieke vraagstukken die specialistische kennis vereisen.
  3. T-shaped professional: een combinatie van bovengenoemde typen. Een hulpverlener met een eigen specialisme, maar die naar buiten toe optreedt en signaleert als generalist. Driekwart van de wijkteams werkt met deze T-shaped professionals [1].

De samenstelling van de sociale wijkteams
De sociale wijkteams zijn zeer divers samengesteld. Teamleden zijn afkomstig van het : algemeen maatschappelijk werk, Wmo-consulenten, MEE (ondersteuning voor mensen met beperking), welzijnswerk en maatschappelijke dienstverlening, en de wijkverpleegkundige. Daarnaast zijn er de zogenaamde schilvoorzieningen die kunnen worden ingezet. Dit betreft organisaties zoals Werk en Inkomen, jeugdhulp, verslavingszorg en/of GGZ, scholen (voortgezet- als basisonderwijs) en soms vrijwilligers en ervaringsdeskundigen De sociale wijkteams werken met veel verschillende partijen samen, en dan vooral huisartsenpraktijken, woningcorporaties, politie, Veilig Thuis, en vrijwilligersorganisaties/-centrales.

Belangrijk bij de schilvoorzieningen is dat - er meestal een beschikking (bij jeugd) of een verwijzing van de huisarts (volwassenen) nodig is als je ze wil inschakelen voor cliënten van het wijkteam. Dat maakt het soms lastig. Consultatie is vaak zonder verdere indicatie te regelen.

Uitvoering van zorg door sociale wijkteams

Het sociale wijkteam is in het algemeen direct toegankelijk en biedt daarbij zelf kortdurende ondersteuning en zorg (basiszorg of eerstelijnszorg) aan. Voor de uitvoering van specialistische zorg (tweedelijnszorg) schakelt het sociale wijkteam specialisten in van buitenaf, waarvoor een schikking of verwijzing van de huisarts nodig is. Hierbij kan het wijkteam zelf de regie houden of de casus volledig overdragen naar de specialistische aanbieder.

De gemeenten noemen vraagverheldering of keukentafelgesprekken, het maken van een plan met de cliënt, casusregie, signalering, en het bieden van kortdurende ondersteuning het vaakst als taak voor sociale wijkteams. Deze taken staan volgens gemeenten ook in de top 3 van werkzaamheden die het meeste tijd vragen, met uitzondering van signalering. Signalering en ondersteunen en faciliteren van collectieve voorzieningen worden opvallend weinig genoemd.

Nog onvoldoende aandacht voor preventie en vroegsignalering door sociale wijkteams

De oorspronkelijke ambitie van veel gemeenten was om vanuit de sociale (wijk)teams dichtbij, laagdrempelig (aansluiten bij de inwoners) en outreachend te werken. Maar tot nu toe komt uit iedere peiling die Movisie bij de sociale (wijk)teams uitvoert dat de (wijk)teams onvoldoende toekomen aan preventief werken en vroegsignalering.]. Dit wordt door gemeenten als knelpunt gezien. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn knelpunten die te maken hebben met werkbeheersing, waaronder hoge werkdruk, hoge caseload, zwaarte van problematiek en lange wachtlijsten (zowel bij de sociale wijkteams als bij de tweedelijnszorg).

Op verzoek van het Trimbos-instituut is in de peiling van 2019 voor het eerst een aantal vragen over problematisch middelengebruik en verslaving opgenomen. Het merendeel (64%) van de 157 ondervraagde gemeentes geeft aan dat de wijkteams zelf geen vragen rond dit thema oppakken maar dat 'zij gebruik maken van externe specialisten in de verslavingszorg'. Slechts 20% van de gemeenten geeft aan dat er een of meerdere medewerkers in het wijkteam deskundig zijn op het terrein van problematisch middelengebruik en verslaving.


Links

Referenties

  1. Arum S van, Broekroelofs R, Xanten H van. Sociale (wijk)teams: vijf jaar later. Vierde landelijke peiling onder Nederlandse gemeenten (zomer 2019). Utrecht: Movisie; 2020.
  2. Bransen, E., Collard, P., Poel, A. van der, & Boon, B. (2016). Sociale (wijk)teams en verslavingspreventie. Tijdige signalering en interventie bij problematisch gebruik van alcohol en drugs. Strategische verkenning. Utrecht: Trimbos-instituut.

Laatst gewijzigd: donderdag 26 november 2020 09:58