Doorrekening van kosten en effecten van Minimum Unit Pricing in Nederland

Dit item maakt deel uit van dossier: Alcohol en Minimum Unit Pricing (MUP)
Ga direct naar achtergrondinformatie


We hebben een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) gemaakt van een aantal mogelijke scenario’s voor invoering van Minimum Unit Pricing. Deze analyse geeft een beeld van de kosten en baten van de prijsmaatregel in de eerste 50 jaar na invoering voor verschillende groepen stakeholders, zoals overheid, producenten, verkopers en consumenten.

Het maken van een maatschappelijke kosten-batenanalyse of MKBA is een manier om de effecten van voorgenomen beleid op de welvaart van Nederland in te schatten. Het is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten over ingrijpende beleidsmaatregelen.

Hetzelfde MKBA-model is eerder gebruikt om de welvaartseffecten door te rekenen van accijnsverhoging, sluiting van verkooppunten van alcohol en een marketingverbod voor alcohol [1]. De welvaartseffecten van Minimum Unit Pricing kunnen daardoor goed vergeleken worden met die van deze andere beleidsmaatregelen.

Doorrekening van verschillende scenario’s

We hebben in de MKBA verschillende scenario’s voor invoering van MUP doorgerekend [2].

  1. MUP voor alle typen alcoholhoudende drank met een hoogte variërend van 30 tot 65 cent per alcoholeenheid
  2. Alleen accijnsverhoging van 50%
  3. Een combinatie van accijnsverhoging van 50% en MUP in 2 varianten (45 en 55 cent per alcoholeenheid)

Bij invoering van Minimum Unit Pricing wordt een minimum eenheidsprijs voor alcohol ingesteld. Dit betekent dat alcoholhoudende dranken niet onder deze prijs verkocht mogen worden. Lagere prijzen moeten verhoogd worden tot boven de minimumprijs.

Accijnsverhoging: extra gezondheid én extra kosten

Uit de MKBA blijkt dat alle doorgerekende beleidsscenario’s met een accijnsverhoging van 50% (scenario 2 en 3) zowel extra gezondheid als extra kosten opleveren voor de Nederlandse maatschappij.

De alcoholconsumenten dragen het grootste deel van de extra kosten in de vorm van ‘verlies van consumentensurplus’. Meestal is er een verschil tussen de daadwerkelijke prijs van een product en de waarde die de consument aan dat product geeft, uitgedrukt in het bedrag dat hij bereid zou zijn ervoor te betalen. Als een product goedkoper is, spreken we van ‘welvaartswinst’ voor de consument. Hij hoeft immers minder te betalen dan hij bereid was. Alle individuele welvaartswinsten bij elkaar opgeteld vormen het ‘consumentensurplus’. Bij een accijnsverhoging van 50% is er sprake van een verlies van consumentensurplus: het drinken van alcohol wordt duurder. Door deze vorm van prijsbeleid leveren alcoholconsumenten dus welvaart in.

Je kunt je hierbij wel afvragen of het drinken van alcohol ‘welvaart’ kan opleveren voor mensen die overmatig, zwaar of problematisch drinken (de doelgroep van MUP). Het drinken van alcohol vanuit verslaving of door sociale druk is wellicht niet echt een vrije keuze waarbij alle consequenties van consumptie op korte én de lange termijn meegewogen worden.

Kosten in 50 jaar

De kosten van de verschillende scenario’s zijn opgeteld over een periode van 50 jaar na invoering.

  • Alleen accijnsverhoging van 50%: de kosten variëren van 9 tot 13 miljard euro
  • Accijnsverhoging van 50% en MUP van 55 cent: de kosten variëren van 1 tot 12 miljard euro
  • Minimum eenheidsprijs van 45 cent: de kosten variëren van -1 tot +2,5 miljard euro
  • Minimum eenheidsprijs van 55 cent: de kosten variëren van -55 miljoen euro tot +10 miljard euro

We beperken ons hier tot de resultaten voor twee verschillende eenheidsprijzen. Resultaten voor een reeks aan eenheidsprijzen zijn opgenomen in een internetbijlage bij dit rapport. Een uitgebreidere versie van de MKBA is te vinden in hoofdstuk 9 van het rapport Minimum Unit Pricing voor alcohol – Verkenning van effectiviteit, implementatieaspecten en scenario’s voor prijsbeleid in Nederland [2].

Kosten voor consumenten

Gedurende deze 50 jaar hebben alcoholconsumenten in alle scenario’s voortdurend te maken met extra kosten. Deze kosten zijn hoger naarmate het beleidsscenario sterker ingrijpt in de alcoholconsumptie, zoals bij een hogere eenheidsprijs of bij een combinatie van MUP met accijnsverhoging.

Kosten en baten belastingen en accijns

De effecten op het gebied van belastingen en accijns zijn positief als de accijns wordt verhoogd en negatief als er alleen een minimum eenheidsprijs wordt ingevoerd. Dit laatste is het geval omdat het alcoholgebruik zal afnemen met als gevolg dat er minder accijns en btw geïnd kan worden.

Kosten en baten voor producenten en retail

  • Voor alcoholproducenten en voor supermarkten en slijterijen (de retail) zijn er ‘kosten’ bij een accijnsverhoging: omdat de alcoholconsumptie afneemt, daalt de omzet en verdienen ze minder.
  • Als er naast een accijnsverhoging van 50% ook een minimum eenheidsprijs wordt ingevoerd dan komen er ook baten bij de retail terecht. De oorzaak is de extra marge op de verkochte producten (het verschil tussen inkoop- en verkoopprijs wordt groter). Maar deze baten wegen bij een relatief lage minimum eenheidsprijs van 45 cent nog niet op tegen de kosten die veroorzaakt worden door de afname van de totale alcoholconsumptie.
  • Alleen een minimum eenheidsprijs - MUP zonder accijnsverhoging - levert wel altijd baten voor de retail op.

Baten voor de Nederlandse maatschappij

Tegenover de kosten die gedragen worden door consumenten en producenten (alleen bij accijnsverhoging) staan ook baten voor de Nederlandse maatschappij. Zo zijn de kosten voor gezondheidszorg, politie & justitie en onderwijs bijvoorbeeld lager. Voor de gezondheidszorg worden de baten geleidelijk groter bij meer intensieve beleidsscenario’s (baten tussen de 1 en 4,6 miljard euro over een periode van 50 jaar). Onderwijs en politie & justitie krijgen in elk scenario relatief kleine baten, maar ook die nemen toe bij beleidsscenario’s met een groter effect op de alcoholconsumptie.

In een MKBA worden alle financiële en niet-financiële effecten van beleidsmaatregelen meegenomen. In een traditionele kosteneffectiviteitsanalyse zou onder meer het effect op het consumentensurplus (een niet-financieel effect) niet worden meegerekend. Deze laatste evaluatiemethode laat zien dat alle scenario’s gezondheidswinst en tegelijkertijd besparingen opleveren.

Links/meer informatie/gerelateerde tools/factsheets artikelen (extern)


Referenties

  1. De Wit, G. A., Van Gils, P. F., Over, E. A. B., Suijkerbuijk, A. W. M., Lokkerbol, J., Smit, F., ... & De Kinderen, R. J. A. (2019). Maatschappelijke kosten-batenanalyse van beleidsmaatregelen om alcoholgebruik te verminderen. Geraadpleegd van: https://www.rivm.nl/publicaties/maatschappelijke-kosten-baten-analyse-van-beleidsmaatregelen-om-alcoholgebruik-te.
  2. De Wit, G. A., Visscher, K., Over, E., Van Gelder, N., Everaars, B., Van Gils, P. F., & Voogt, C. (2021). Minimum Unit Pricing voor alcohol - Onderzoek naar de haalbaarheid van invoering in Nederland. Geraadpleegd van: https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2021-0014.pdf.