Cijfers problematisch alcoholgebruik in de huisartsenpraktijk

Dit item maakt deel uit van dossier: Alcohol in de huisartsenpraktijk
Ga direct naar achtergrondinformatie


Wanneer spreken we van problematisch alcoholgebruik? Hoe wordt dit geregistreerd binnen de huisartsenpraktijk? Hoe verhouden deze aantallen zich tot de landelijke cijfers? En hoe komt het dat er sprake is van onderdiagnostiek?

Wat is problematisch alcoholgebruik?

We spreken van problematisch alcoholgebruik als het gepaard gaat met lichamelijke, psychische en sociale problemen en als de problemen door het drankgebruik niet adequaat kunnen worden aangepakt. De hoeveelheid alcoholische drank die iemand gebruikt is daarbij van ondergeschikt belang [1].

HIS en ICPC-codes
Huisartsen registreren de diagnoses die zij stellen in het Huisarts Informatie Systeem (HIS). Deze diagnoses worden gecodeerd met behulp van het classificatiesysteem International Classification of Primary Care (ICPC) [2]. De diagnosecodes voor alcoholgerelateerde problemen staan in het zogeheten P-hoofdstuk.

  • P15 Chronisch alcoholmisbruik
  • P15.05 Subcode Problematisch alcoholgebruik
  • P16 Acuut alcoholmisbruik/intoxicatie

Huisartsen vatten de codes P15 en P16 over het algemeen samen onder de noemer ‘problematisch alcoholgebruik’.

DSM-5
De ICPC-code 15 komt grotendeels overeen met de term ‘stoornis in het gebruik van alcohol’ zoals gedefinieerd in de DSM-5.

Prevalentie landelijk

Van de volwassen Nederlandse bevolking was 8,5% in 2019 een ‘overmatige drinker’ en 8,5% een ‘zware drinker’. In 2019 hielden ruim 2 op de 5 Nederlanders zich aan het advies van de Gezondheidsraad: drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag.

Bekijk de infographic Alcoholgebruik in Nederland – Kerncijfers 2019 (pdf, 2 pagina’s, gratis download) of lees meer in het dossier Alcohol in cijfers.

Cijfers huisartsenpraktijken

De cijfers over problematisch alcoholgebruik in de huisartsenpraktijk en een stoornis in het alcoholgebruik zijn afkomstig uit respectievelijk de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn (2015) en NEMESIS-2 (2013-2015). We kunnen een aantal conclusies trekken.

  • In 2015 registreerden huisartsen de diagnose problematisch alcoholgebruik iets vaker bij 55-plussers (0,85%) dan bij volwassenen van 18 t/m 54 jaar (0,67%).
  • Bij volwassenen van 18 t/m 54 jaar was er in de periode 2010-2015 een lichte toename van problematisch alcoholgebruik (van 0,56% in 2010 naar 0,67% in 2015).
  • Bij de groep 55-plussers was er geen significante toe- of afname van problematisch alcoholgebruik te zien.
  • Huisartsen registreerden bij 0,67% van hun patiënten een stoornis in het alcoholgebruik. Dat percentage is veel lager dan dat van de algemene Nederlandse bevolking, waar 4,4% een stoornis in het alcoholgebruik heeft.

Oorzaken onderdiagnostiek van een stoornis in het alcoholgebruik

Er is sprake van onderdiagnostiek op het gebied van problematisch alcoholgebruik: 0,67% in de huisartspraktijk tegenover 4,4% onder de Nederlandse bevolking. Volgens de NHG-standaard Problematisch alcoholgebruik [1] heeft deze onderdiagnostiek een aantal oorzaken.

  • De klachten en symptomen zijn weinig specifiek. Een deel van de patiënten heeft in vergelijking met leeftijdgenoten meer gezondheidsproblemen en consulteert de huisarts vaker zonder duidelijke hulpvraag. Door de aspecifieke aard van de klachten kan geen duidelijke diagnose worden gesteld. Een ander deel van de patiënten vermijdt de huisarts juist omdat de klachten zo weinig specifiek zijn.
  • De patiënt ontkent het bestaan van een alcoholprobleem.
  • De patiënt met beginnend problematisch alcoholgebruik realiseert zich vaak niet dat er een verband bestaat tussen zijn lichamelijke en zijn psychosociale problemen.

Links

Referenties

  1. NHG-Standaard Problematisch alcoholgebruik. (Derde herziening).
  2. Lambert, H. & Wood, W. (1987). International Classification of Primary Care (ICPC). Oxford: Oxford University Press.

Laatst gewijzigd: vrijdag 13 november 2020 14:54