Cijfers hulpvraag en incidenten

Dit item maakt deel uit van dossier: Alcohol in cijfers
Ga direct naar achtergrondinformatie


De cijfers met betrekking tot hulpvraag en incidenten zijn afkomstig uit verschillende bronnen die verzameld zijn in het jaarbericht van de Nationale Drug Monitor van het Trimbos-instituut. De cijfers die hier gepresenteerd worden hebben betrekking op het aantal cliënten bij de verslavingszorg, ziekenhuis opnames en sterfte.

Cliƫnten in de verslavingszorg

Na een stijging tot 2010 lijkt nu een geringe daling zichtbaar van het aantal personen geregistreerd bij de verslavingszorg met primaire problematiek alcohol. Volgens het Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) stonden er in 2015 in totaal 29.374 personen op die manier geregistreerd. Van deze personen stond bij 9.426 cliënten (32%) ook nog een secundaire problematiek geregistreerd zoals cannabis of nicotine.

Het aantal cliënten van de verslavingszorg dat alcohol als secundair probleem noemt, schommelt al jaren rond de 5.000. Deze cliënten hebben voornamelijk een primair probleem met cocaïne of crack (33%), cannabis (31%) of heroïne (15%).

Ziekenhuis opnames (algemeen)

De Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) bevat gegevens over de opnames in algemene ziekenhuizen, waarbij middelengebruik als diagnose is geregistreerd. Opgemerkt moet worden dat dezelfde persoon meerdere keren in een jaar opgenomen kan zijn geweest.

In 2014 vonden naar schatting 4.682 opnames plaats met een alcoholaandoening als hoofddiagnose. Bij ongeveer de helft van deze opnames was sprake van psychische stoornissen of gedragsstoornissen (47%).

Alcoholproblematiek wordt veel vaker als nevendiagnose gesteld. In 2014 waren er naar schatting 17.368 alcoholgerelateerde nevendiagnoses. Veelgenoemde hoofddiagnoses bij deze nevendiagnoses waren letsel (20%), ziekten van het spijsverteringsstelsel (16%) en ziekten van het hart en vaatstelsel (14%).

Ziekenhuis opnames (jongeren)

Het Nederlands Signaleringscentrum voor Kindergeneeskunde (NSCK) inventariseert onder kinderartsen sinds 2007 het aantal jongeren (10-17 jaar) dat is opgenomen met overmatig alcoholgebruik. Van 2007 tot en met 2015 is er een stijging geweest in het aantal gemelde incidenten. In 2016 zijn minder meldingen geregistreerd dan in 2015 (791 tegenover 931). Waarschijnlijk wordt dit voor een groot gedeelte verklaard doordat het NSCK in 2016 van minder ziekenhuizen en minder kinderartsen meldingen heeft ontvangen ten opzichte van de jaren daarvoor [3].

Sterfte aan alcoholgerelateerde aandoeningen

De totale alcoholsterfte is de optelsom van de primaire en secundaire alcoholsterfte. Bij de primaire sterfte gaat het om een dodelijke overdosis en sterfte aan alcoholgerelateerde ziekten, bij de secundaire sterfte gaat het bijvoorbeeld om dodelijke ongelukken onder invloed van alcohol. Volgens de Doodsoorzakenstatistiek schommelde tussen 2005 en 2012 de totale sterfte rond de 1700 gevallen per jaar (waarvan ongeveer 700 primaire alcoholsterfte en 1000 secundair).

Vanwege een verandering in de codering is vanaf 2013 geen vergelijking meer mogelijk in de primaire alcoholsterfte en is de secundaire alcoholsterfte onbekend. In 2014 stierven 882 mensen door alcohol als primaire doodsoorzaak, het ging dan vaak om schadelijk gebruik (17%), afhankelijkheid (22%) of leverziekten (46%).


Referenties

  1. Laar, M.W. van en M.M.J Ooyen-Houben (2017) Nationale Drugs Monitor Jaarbericht 2017 Utrecht: Trimbos-instituut/Den Haag: WODC.
  2. Wisselink, D.J., Kuijpers, W.G.T., Mol, A. (2016). Kerncijfers Verslavingszorg 2015: Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS). Stichting IVZ: Houten
  3. Nienhuis, K., van der Lely, N. & van Hoof (2017). Factsheet alcoholintoxicaties 2007 t/m 2016.
    Reinier de Graaf en Universiteit Twente.
  4. Van Dorsselaer, S., Tuithof, M., Verdurmen, J., Spit, M., Van Laar, M., Monshouwer, K. (2016). Jeugd en riskant gedrag 2015: kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Trimbos-instituut: Utrecht
  5. Dutch Hospital Data (DHD) (2016). DHD Jaarbeeld 2015. DHD: Utrecht.
  6. Harteloh, P. (2014). Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. CBS: Den Haag/Heerlen.
  7. Harteloh, P., Van Hilten, O., Kardaun, J. (2014). Het automatisch coderen van doodsoorzaken: een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. CBS: Den Haag/Heerlen.

Laatst gewijzigd: dinsdag 15 mei 2018 10:06