Alcoholbeleid in het verkeer

Dit item maakt deel uit van dossier: Alcoholbeleid en wetgeving
Ga direct naar achtergrondinformatie


Alcohol en verkeer gaan niet samen. Consumptie van alcohol heeft effect op het rijgedrag: de waarneming vermindert, de stuurtaak wordt slechter uitgevoerd, de reactiesnelheid neemt af, de bestuurder overschat eigen mogelijkheden en onderschat de risico’s. In 2015 was naar schatting 12 tot 23 procent van de verkeersdoden in Nederland het gevolg van alcohol. Dit komt neer op een aantal van 75 tot 140 verkeersdoden [1]. Daarom zet de Rijksoverheid zich in om ongelukken in het verkeer als gevolg van alcoholgebruik te voorkomen.

Wegenverkeerswet

In de Wegenverkeerswet zijn limieten opgenomen voor de hoeveelheid alcohol dat bestuurders in hun bloed mogen hebben. Voor beginnende bestuurders (korter dan vijf jaar in het bezit van een rijbewijs) geldt een limiet van 0,2 promille. Mannen bereiken dit percentage na het drinken van ongeveer een glas, vrouwen al bij minder dan een glas. Voor ervaren bestuurders (vijf jaar of langer een rijbewijs) is deelname aan het verkeer verboden vanaf een bloedalcoholgehalte van 0,5 promille. Dit percentage bereiken mannen na het drinken van ongeveer twee glazen alcohol binnen een uur, vrouwen al bij iets minder.

Rijden onder invloed is geen overtreding maar een misdrijf. Daarom gelden er strenge straffen, waaronder ook educatieve maatregelen, zie alcoholinfo.nl/invloedoprijden. De politie is verantwoordelijk voor het toezicht op alcoholovertreders in het verkeer.

BOB Campagne

De door de Rijksoverheid ingezette BOB Campagne promoot de sociale norm dat alcohol en verkeer niet samengaan. De campagne ondersteunt daarmee de in de Wegenverkeerswet vastgelegde alcohollimieten voor bestuurders.


Nieuws

Referenties

  1. SWOV (2018). Rijden onder invloed van alcohol. SWOV-factsheet, juni 2018, Den Haag.

Laatst gewijzigd: woensdag 24 april 2019 13:25