Alcohol en hart- en vaatziekten

Ga direct naar achtergrondinformatie


De relatie tussen alcoholgebruik en hart- en vaatziekten (ook wel cardiovasculaire aandoeningen genoemd) is complex. Wetenschappelijk is hier nog de nodige discussie over [1,2,3]. Wetenschappers zijn het in ieder geval eens dat zwaarder alcoholgebruik het risico op een aantal hart- en vaatziekten verhoogt. Lichte tot matige alcoholconsumptie lijkt een beschermend effect te hebben op bepaalde hart- en vaatziekten, maar hierover zijn wetenschappers het niet altijd eens [1,3,4].

Effecten op het hart- en vaatstelsel

Het risico op gezondheidsschade door alcohol is afhankelijk van het totale gebruik en van het drinkpatroon van de gebruiker (hoeveel alcohol iemand drinkt en hoe vaak). Verschillende onderzoeken suggereren dat een lichte tot matige alcoholconsumptie een beschermend effect heeft op de gezondheid. Toch kan een lichte of matige hoeveelheid alcohol al een negatieve werking hebben op het lichaam. Zo zorgt het voor een verhoging van de bloeddruk en dat is een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten. Bij mannen is elk glas alcohol geassocieerd met een hoger risico op een hoge bloeddruk, bij vrouwen neemt dit risico toe vanaf 3 consumpties [5]. Tijdens het drinken stijgt de bloeddruk, maar bij de afbraak van alcohol kan de bloeddruk weer dalen, tot onder het normale niveau. Deze grote schommelingen in de bloeddruk kunnen bijdragen aan het ontstaan van een hart- of herseninfarct [6]. Ook kan alcohol een verhoging van adrenaline in het bloed geven, wat kan bijdragen aan het ontstaan van hartritmestoornissen.

Daarnaast heeft alcohol een negatief effect op de hartspier:

  • Alcohol vermindert de elektrische geleiding in het hart, waardoor de hartspier minder efficiënt kan samentrekken.
  • Alcohol heeft een giftige werking op hartspiercellen en eiwitten die van belang zijn voor de pompfunctie van het hart. Overmatig alcoholgebruik kan zodoende op de lange termijn leiden tot een ernstig verzwakte hartspier (cardiomyopathie). Dit kan uiteindelijk leiden tot hartfalen [6].

Overmatig alcoholgebruik kan leiden tot het ontstaan van een tekort aan bepaalde vitaminen en zouten door slechte voedingsgewoonten. Ook dit kan bijdragen aan het ontstaan van hartritmestoornissen [7].

Meer risico bij binge drinken

Bij mensen die zwaar drinken neemt het risico op hartritmestoornissen, verhoogde bloeddruk, hartfalen, plotselinge hartdood en cerebrovasculaire aandoeningen (een herseninfarct of een beroerte) toe [3]. Vooral binge drinken is schadelijk. De Gezondheidsraad concludeert dat binge drinken geassocieerd is met een 45 procent hoger risico op coronaire hartziekten in vergelijking tot een meer gelijkmatig gespreid alcoholgebruik [8]. Daarnaast speelt de regelmaat van drinken een rol. Personen die inconsistent gematigd drinken hebben een groter risico op coronaire hartziekten dan personen die stelselmatig gematigd drinken [9].

Bron: Joanna Culley, Medical Artist

Het verhoogde risico op hart- en vaatziekten door binge drinken kan op een aantal manieren worden verklaard. Binge drinken heeft een acuut effect op de bloeddruk en dit is één van de grootste risicofactoren voor het krijgen van een hartaanval of beroerte [5]. Tijdens het drinken stijgt de bloeddruk, maar gedurende de afbraak kan de bloeddruk weer dalen onder het normale niveau. Deze grote schommelingen in de bloeddruk kunnen bijdragen aan het ontstaan van een hart- en herseninfarct.  

Daarnaast zorgt binge drinken voor het verzwakken van de hartspier (een vorm van “cardiomyopathie”), waardoor deze minder goed kan pompen. Dat kan uiteindelijk leiden tot hartfalen [5].

Beschermend effect

De mate waarin alcohol beschermende effecten zou hebben is onder wetenschappers nog altijd een punt van discussie. Niet-drinkers lijken een hoger risico te lopen op bepaalde hart- en vaatziekten dan lichte tot matige drinkers [1,3]. Zo concludeert de Gezondheidsraad dat het risico op hartfalen ongeveer 20% lager is bij 0,2 tot 2,8 glas alcohol in vergelijking met geen alcohol consumptie. Een vergelijkbaar effect wordt gezien bij coronaire hartziekten. Dit wordt de J-curve genoemd [8].

In deze zogenaamde J-curve lijken geheelonthouders een groter risico te hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten dan matige drinkers. Deze J-curve staat echter ter discussie omdat de onderzoeksresultaten met betrekking tot hart- en vaatziekten mogelijk vertekend worden door de gebruikte onderzoeksmethoden. Er wordt volgens critici onvoldoende rekening gehouden met ‘confounding’ factoren (verstorende variabelen) die een deel van het effect kunnen verklaren [3]. Zo maken veel studies geen onderscheid tussen ‘lifetime abstainers’ (mensen die nog nooit alcohol hebben gedronken) en mensen die om gezondheidsredenen gestopt zijn met drinken (zoals ex-verslaafden en mensen met aandoeningen die op doktersadvies geen alcohol meer drinken). Bij deze laatste groep kunnen ook andere gezondheidsproblemen een rol spelen bij het krijgen van een hart- of vaatziekte.

Omdat in de groep “niet-drinkers” dus ook mensen zitten die vanwege een ernstige ziekte niet drinken, wordt voorgesteld om mensen die licht tot matig drinken te vergelijken met ‘gelegenheidsdrinkers’ [10]. Daarnaast wordt er in veel studies onvoldoende gecontroleerd op de effecten van leefstijlfactoren zoals roken en bewegen en verdwijnen de voordelen voor matige drinkers als zij worden vergeleken met een controlegroep met een zelfde leefstijlprofiel [3,10].

Recent grootschalig onderzoek laat zien dat matig alcoholgebruik ook schadelijk is [4]. Er werd gekeken naar de effecten van ongezonde leefstijl, genetica en alcohol op het ontstaan van hart- en vaatziekten. Wanneer er niet werd gecorrigeerd voor deze factoren ontstond de bekende J-curve. Wanneer deze factoren wel werden meegenomen in het onderzoek werd gezien dat ook een matige hoeveelheid alcohol schadelijk is en een verhoogd risico geeft op hart- en vaatziekten.

Het dubieuze beschermende effect op hart- en vaatziekten mag volgens onderzoekers nooit leiden tot het advies om alcohol te gaan drinken voor de gezondheid. Het risico op andere schadelijke effecten van alcoholgebruik, zoals kanker, is namelijk hoger dan een eventuele bescherming tegen hart- en vaatziekten [1,8].

Bovendien zijn er andere manieren om het risico op hart- en vaatziekten te verminderen. Meer bewegen, gezonder eten of stoppen met roken hebben de voorkeur. Bij een omvangrijke studie waarbij deelnemers 20 jaar gevolgd werden leverden een gezond gewicht, een gezond voedingspatroon, regelmatige beweging en niet roken een risicovermindering van 84% op [11].

J-curve

Zoals hierboven vermeld, blijkt uit onderzoek dat matige drinkers een verminderde kans lijken te hebben op hart- en vaatziekten ten opzichte van geheelonthouders en grootgebruikers, deze resultaten vormen een zogenaamde J-curve.

Deze J-curve staat echter ter discussie omdat de onderzoeksresultaten met betrekking tot hart- en vaatziekten mogelijk vertekend worden door de gebruikte onderzoeksmethoden. Er wordt volgens critici onvoldoende rekening gehouden met ‘confounding’ factoren (verstorende variabelen) die een deel van het effect kunnen verklaren [3]. Zo maken veel studies geen onderscheid tussen ‘life-time abstainers’ (mensen die nog nooit alcohol hebben gedronken) en mensen die om gezondheidsredenen gestopt zijn met drinken (zoals ex-verslaafden en mensen met aandoeningen die op doktersadvies geen alcohol meer drinken). Bij deze laatste groep kunnen ook andere gezondheidsproblemen een rol spelen bij het krijgen van een hart- of vaatziekte.

Omdat in de groep “niet-drinkers” dus ook mensen zitten die vanwege een ernstige ziekte niet drinken, wordt voorgesteld om mensen die licht tot matig drinken te vergelijken met ‘gelegenheidsdrinkers’ [8]. Daarnaast wordt er in veel studies onvoldoende gecontroleerd op de effecten van leefstijlfactoren zoals roken en bewegen en verdwijnen de voordelen voor matige drinkers als zij worden vergeleken met een controlegroep met een zelfde leefstijlprofiel [3,8].

Hypothese over de beschermende werking

Het beschermende effect van alcohol op hart- en vaatziekten heeft mogelijk te maken met het effect van alcohol op cholesterol en de klontering van bloedplaatjes. Alcohol leidt tot een toename van het zogenaamde goede cholesterol (HDL-cholesterol) en afname van het slechte cholesterol (LDL) waardoor de spiegels van cholesterol lager zijn in het bloed. Doordat alcohol de klontering van bloedplaatjes aan vaatwanden remt, zou dit tot minder verstoppingen in de bloedvaten leiden. Of het echt zo werkt is nog steeds niet duidelijk. Zo concludeert de Gezondheidsraad bijvoorbeeld dat het bewijs voor het effect van alcohol op afname van LDL niet eenduidig is [8].


Gerelateerde pagina's

Nieuws

Referenties

  1. Bell, S., Daskalopoulou, M., Rapsomaniki, E., George, J., Britton, A., Bobak, M., Casas, J.P., Dale, C.E., Denaxas, S., Shah, A.D. & Hemingway, H. (2017). Association between clinically recorded alcohol consumption and initial presentation of 12 cardiovascular diseases: population based cohort study using linked health records. The BMJ, 356:j909. Pp. 1-11.
  2. Piano, M.R. (2017). Alcohol’s Effects on the Cardiovascular System. Alcohol Research: Current reviews, 38 (2), e1-e24.
  3. Roerecke, M. & Rehm, J. (2014). Alcohol consumption, drinking patterns, and ischemic heart disease: a narrative review of meta-analyses and a systematic review and meta-analysis of the impact of heavy drinking occassions on risk for moderate drinkers. BMC Medicine, 12:182. Pp. 1-11.
  4. Millwood, I.Y. et al. Conventional and genetic evidence on alcohol and vascular disease aetiology: a prospective study of 500 000 men and women in China. The Lancet 2019 April; (18). https://doi.org/10.1016/S0140-6736(18)31772-0.
  5. Roerecke, M., Tobe, S.W. et al. (2018). Sex‐Specific Associations Between Alcohol Consumption and Incidence of Hypertension: A Systematic Review and Meta‐Analysis of Cohort Studies. Journal of the American Heart Association, 2018;7:13.
  6. British Heart Foundation (2017). High blood pressure.
  7. Cardiologie Centra Nederland. Risicofactoren. https://www.cardiologiecentra.nl/risicofactoren. Geraadpleegd op 16 april 2019.
  8. Gezondheidsraad (2015). Alcohol. Achtergronddocument bij Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag: Gezondheidsraad.
  9. O’Neill, D. et al. (2018). Association of longitudinal alcohol consumption trajectories with coronary heart disease: a meta-analysis of six cohort studies using individual participant data. BMC Medicine. 2018;16:24.
  10. Stockwell et al. Do "Moderate" Drinkers Have Reduced Mortality Risk? A Systematic Review and Meta-Analysis of Alcohol Consumption and All-Cause Mortality. J Stud Alcohol Drugs. 2016;77(2):185-98.
  11. Stampfer, M.J., Hu, F.B., Manson, J.E., Rimm, E.B.& Willett, W.C. Primary prevention of coronary heart disease in women through diet and lifestyle. N Engl J Med. 2000;343(1):16.

Laatst gewijzigd: woensdag 24 juli 2019 15:14