Alcohol en angststoornissen

Ga direct naar achtergrondinformatie


Een angststoornis is een psychische aandoening waarbij sprake is van een excessieve angst en bezorgdheid (bange voorgevoelens) bij bepaalde gebeurtenissen of activiteiten. Hierbij vindt de betrokkene het moeilijk om zijn of haar bezorgdheid onder controle te houden. De angst en bezorgdheid gaan gepaard met symptomen zoals rusteloosheid, snel vermoeid raken en prikkelbaarheid en veroorzaken beperkingen in het sociale of beroepsmatig functioneren. Onder angststoornissen vallen onder meer: paniekstoornis, agorafobie, sociale fobie, specifieke fobie en de  gegeneraliseerde angststoornis. De exacte definitie en bijbehorende criteria staan beschreven in de DSM 5 [1].

Een angststoornis kan voorafgaan aan een alcoholstoornis, maar de alcoholstoornis kan ook voorafgaan aan de angststoornis [2,3,4]. In beide relaties kan alcohol ingezet worden als “zelfmedicatie”, alcohol wordt dan gebruikt om de klachten te verminderen [5,6]. Een angststoornis komt bij zware drinkers vaker voor dan in de algemene bevolking [7]. Verder is een angststoornis een voorspeller om alcoholafhankelijk te worden [8] en is men eenmaal afhankelijk dan is er een slechtere verloop van de angststoornis [9].  Over het verband tussen angst op de kinderleeftijd en adolescentie en latere stoornissen in alcoholgebruik is nog onvoldoende bekend [10].

Wanneer een alcoholstoornis en een angststoornis tegelijk aanwezig zijn (comorbiditeit), zijn de stoornissen meestal niet tegelijkertijd ontstaan maar geruime tijd na elkaar (5-15 jaar) [3,5]. Het lijkt er dus op dat volwassenen langdurig klachten ervaren voor zich een tweede stoornis ontwikkelt. Dit biedt mogelijkheden voor vroegsignalering en preventie van de tweede stoornis. Temeer omdat vroege behandeling van angstsymptomen leidt tot verminderd alcoholmisbruik [11].

Er is geen onderliggende factor gevonden die de comorbide relatie kan verklaren [12]. Meerdere risicofactoren, zoals persoonskenmerken (verminderde zelfwaarde), sociale omgevingsfactoren (geen sociale steun) en stressvolle factoren (spanningen in het gezin of op het werk), hebben echter een cumulatief effect.  Hoe meer risicofactoren, hoe groter de kans op comorbiditeit [13]. Deze comorbide problematiek is geassocieerd met ernstigere symptomen, frequentere terugvallen en meer gebruik maken van de geestelijke gezondheidszorg [14].


Gerelateerde pagina's

Nieuws

Links

Referenties

  1. American Psychiatric Association (2014). Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen DSM-5. Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 5th ed. Amsterdam: American Psychiatric Association p/a Uitgeverij Boom.
  2. Petrakis, I.L., Gonzalez G., Rosenheck R. & Krystal J.H. (2002). Comorbidity of alcoholism and psychiatric disorders. An overview. Alcohol Res Health 2002; 26: 81-9.
  3. Graaf R. de, Bijl R.V., Spijker J., Beekman A.T. & Vollebergh W.A. (2003). Temporal sequencing of lifetime mood disorders in relation to comorbid anxiety and substance use disorders – findings from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study. Soc Psychiatry Epidemiol 2003; 38: 1-11.
  4. Crum, R., La Flair, L., Storr, C.L., Green, K.M., Ph, D., Stuart, E.A., Ph, D., et al. (2013). Reports of drinking to self-medicate anxiety symptoms: longitudinal assesment for subgroups of individuals with alcohol dependence. Depression and Anxiety, 30(183), 174–183.
  5. Marquenie L.A., Schade A., Van Balkom A.J.L.M. et al. (2007) Origin of the comorbidity of anxiety disorders and alcohol dependence: findings of a general population study. Eur Addict Res 2007; 39-49.
  6. Turner, S., Mota, N., Bolton, J., & Sareen, J. (2018). Self-medication with alcohol or drugs for mood and anxiety disorders : A narrative review of the epidemiological literature. Depression and Anxiety 35 (9): 851–860.
  7. Lai, H.M.X., Cleary, M., Sitharthan, T., & Hunt, G.E. (2015). Prevalence of comorbid substance use, anxiety and mood disorders in epidemiological surveys, 1990-2014: A systematic review and meta-analysis. Drug and alcohol dependence, 154, 1–13.
  8. Boschloo, L., Vogelzangs, N., van den Brink, W., Smit, J.H., Veltman, D.J., Beekman, A.T.F., & Penninx, B.W.J.H. (2013). Depressive and anxiety disorders predicting first incidence of alcohol use disorders: results of the Netherlands Study of Depression and Anxiety (NESDA). The Journal of clinical psychiatry, 74(12), 1233–1240.
  9. Boschloo, L., Vogelzangs, N., Brink, W. Van Den, Smit, J.H., Veltman, D.J., Beekman, A.T.F., & Penninx, B.W.J.H. (2012). Alcohol use disorders and the course of depressive and anxiety disorders, 476–484.
  10. Dyer, M.L., Easey, K.E., Heron, J., Hickman, M. & Munafò M.R. (2019). Associations of child and adolescent anxiety with later alcohol use and disorders: a systematic review and meta-analysis of prospective cohort studies. Addiction. 2019 Mar 19, 1- 15.
  11. Kendall, P.C., Safford, S., Flannery-Schroeder, E., & Webb, A. (2004). Child anxiety treatment: outcomes in adolescence and impact on substance use and depression at 7.4-year follow-up. J Consult Clin Psychol, 72(0022–006X (Print)), 276–287.
  12. Angold, A., Costello, E.J. & Erkanli A. (1999) Comorbidity. J Child Psychol Psychiatry 1999; 40: 57-87.
  13. Roberts R.E., Roberts C.R. & Chan W. (2009) One-year incidence of psychiatric disorders and associated risk factors among adolescents in the community. J Child Psychol Psychiatry 2009; 50: 405-15.
  14. Kessler, R.C., Nelson, C.B., McGonagle, K.A., Edlund, M.J., Frank, R.G., & Leaf, P.J. (1996). The epidemiology of co-occurring addictive and mental disorders: implications for prevention and service utilization. The American journal of orthopsychiatry, 66(1), 17–31.

Laatst gewijzigd: woensdag 15 mei 2019 08:32