Begrippenlijst

Overzicht van de belangrijkste definities met betrekking tot alcohol en alcoholpreventie.

Abstinentie

Het niet (meer) drinken van alcohol, ook wel geheelonthouding genoemd. Het kan hierbij gaan om mensen die nog nooit alcohol hebben gedronken als om mensen die gestopt zijn met het drinken van alcohol [1].

1. WHO (2018). Lexicon of alcohol and drug terms published by the World Health Organization. Retrieved from http://www.who.int/substance_abuse/terminology/who_lexicon/en/.


Alcoholafhankelijkheid

Een vorm van problematisch alcoholgebruik waarbij sprake is van afhankelijkheid van alcohol, ook wel ‘alcoholverslaving’ genoemd. Criteria voor het vaststellen van alcoholafhankelijkheid zijn opgenomen in diagnostische classificatiesystemen zoals de International Classifications of Diseases (ICD) en de oudere versies van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM). Kenmerken van alcoholafhankelijkheid zijn onder andere: meer drinken dan voorgenomen op een dag en tolerantie voor de effecten van alcohol. In de huidige versie van de DSM, de DSM-5, zijn alcoholmisbruik en alcoholafhankelijkheid samengevoegd tot één nieuwe term ‘stoornis in het gebruik van een middel’ [1]. Zie item ‘Stoornissen in het gebruik van alcohol volgens de DSM-5’.

1. Sigling, H. (2016). Van DSM IV-TR naar DSM-5: Middelengebruik en gedragsverslavingen. Verslaving, 12(4), 228-239.


Alcoholgerelateerd letsel

Letsel door een ongeval waarbij alcohol een rol speelt. Dit kan een val van een fiets na alcoholgebruik zijn of letsel als gevolg van geweld na alcoholgebruik, hetzij als aanstichter of als slachtoffer van iemand die gedronken heeft [1]. In de praktijk is het overigens moeilijk om bijvoorbeeld op de Spoedeisende Hulp (SEH) te registreren in hoeverre alcohol een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het letsel.

1. Nijman, S. & Valkenberg, H. (2016). Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol SEH-bezoeken. Amsterdam: VeiligheidNL.


Alcoholinitiatie

Het beginnen met het drinken van alcohol in de vorm van één of meerdere slokjes alcohol of één glas. In (inter)nationale wetenschappelijke literatuur wordt dit begrip op verschillende manieren geoperationaliseerd, mede afhankelijk van de doelgroep van het onderzoek. Een gangbare definitie is de leeftijd waarop het eerste glas alcohol wordt gedronken [1].

1. Van Dorsselaer, S., Tuithof, M., Verdurmen, J., Spit, M., Van Laar, M., & Monshouwer, K. (2016). Jeugd en riskant gedrag 2015: Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut.


Alcoholintoxicatie

Alcoholintoxicatie (alcoholvergiftiging) treedt op als gevolg van een hoge mate van alcoholgebruik in een kort tijdsbestek waarbij de symptomen dosis- en persoonsafhankelijk zijn. De symptomen kunnen bestaan uit spreekdrang, uitgelaten stemming, desoriëntatie, aangetast beoordelingsvermogen, labiele stemming, seksuele en/of agressieve ontremming, spraakstoornis (dysartrie) en waggelgang (ataxie). In ernstige gevallen kan het leiden tot stupor, coma en ademhalingsstoornissen [1].

1. American Psychiatric Association (2014). Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen DSM-5. Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 5th ed. Amsterdam: American Psychiatric Association p/a Uitgeverij Boom.


Alcoholmisbruik

Alcoholmisbruik is een vorm van problematisch alcoholgebruik waarbij geen sprake is van alcoholafhankelijkheid. Criteria voor het vaststellen van misbruik zijn opgenomen in diagnostische classificatiesystemen zoals de ICD en oudere versies van de DSM. Kenmerken van alcoholmisbruik zijn: verplichtingen thuis, op school, of op het werk niet nakomen, gebruik in gevaarlijke situaties (bijvoorbeeld rijden onder invloed), in aanraking komen met justitie en doorgaan met het gebruik ondanks de problemen die daardoor ontstaan. In de huidige versie van de DSM, de DSM-5, zijn alcoholmisbruik en alcoholafhankelijkheid samengevoegd tot één nieuwe term ‘stoornis in het gebruik van een middel’ [1]. Zie item ‘Stoornissen in het gebruik van alcohol volgens de DSM-5’.

1. Sigling, H. (2016). Van DSM IV-TR naar DSM-5: Middelengebruik en gedragsverslavingen. Verslaving, 12(4), 228-239.


Alcoholonthoudingssyndroom

Het alcoholonthoudingssyndroom betreft onthoudingsverschijnselen die optreden wanneer iemand die chronisch veel drinkt stopt met drinken [1]. Lichte onthoudingsverschijnselen zijn slapeloosheid en prikkelbaarheid en duren hooguit enkele dagen. Meer ernstige onthoudingsverschijnselen zijn misselijkheid, braken, overactiviteit, tachycardie, koorts, zweten, lichtschuwheid, hoofdpijn, angst en tremoren die mogelijk leiden tot stress of vermindering in het functioneren op sociaal niveau, werk of ander gebied.

1. American Psychiatric Association (2014). Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen DSM-5. Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 5th ed. Amsterdam: American Psychiatric Association p/a Uitgeverij Boom.


Alcoholproblematiek

Als er sprake is van stevig drinken of een onaangepast drinkpatroon dat gepaard gaat met beperkingen in het functioneren, wordt gesproken van alcoholproblematiek. Zowel stevig drinken als een onaangepast drinkpatroon kunnen verstrekkende gevolgen hebben, de combinatie van beide lijkt te duiden op de meest ernstige en chronische problematiek [1].

1. Tuithof, M. (2015). Drinking distilled. Onset, course and treatment of alcohol use disorders in the general population.


Alcoholverslaving

Voor definitie alcoholverslaving, zie begrip ‘Alcoholafhankelijkheid’. Zwaar drinken. Het drinken van 4 (vrouwen) / 6 (mannen) of meer standaardglazen alcohol op één dag minstens één keer per week [1].

1. CBS in samenwerking met RIVM en Trimbos-instituut (2017). Gezondheidsenquete/Leefstijlmonitor. Den Haag: CBS.


Binge drinken

Binge drinken is een vorm van alcoholgebruik waarbij in korte tijd grote hoeveelheden alcohol genuttigd worden. In (inter)nationale wetenschappelijke literatuur wordt dit op verschillende manieren geoperationaliseerd. Het Amerikaanse National Institute on Alcohol Abuse and Alcoholism (NIAAA) spreekt van binge drinken bij alcoholgebruik waarbij de alcoholspiegel in bloed binnen 2 uur stijgt naar 0,08 g/dl [1]. De hoeveelheid alcohol die hiervoor nodig is verschilt naar geslacht, leeftijd en gewicht. In vragenlijstonderzoeken wordt binge drinken vaak geoperationaliseerd als het drinken van 4 glazen of meer per gelegenheid bij vrouwen of 6 glazen of meer per gelegenheid bij mannen. Om pragmatische redenen wordt binge drinken ook vaak geoperationaliseerd als het drinken van 5 glazen of meer per gelegenheid, ongeacht het geslacht.

1. National Institute on Alcohol Abuse and Alcoholism (2014). Drinking levels defined. Retrieved from https://www.niaaa.nih.gov/alcohol-health/overview-alcohol-consumption/moderate-binge-drinking.


Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)

De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) is een classificatiesysteem van psychische aandoeningen dat psychiaters en psychologen gebruiken bij het stellen van diagnosen. De DSM beschrijft onder meer criteria voor de diagnose van een stoornis in het gebruik van alcohol. Zie item ‘Stoornissen in het gebruik van alcohol volgens de DSM-5’. Drinkadvies Gezondheidsraad: geen of weinig alcoholgebruik. Op basis van (inter)nationaal wetenschappelijke literatuur luidt het Drinkadvies van de Gezondheidsraad sinds eind 2015: ‘Drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag' [1]. In de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor wordt dit drinkadvies geoperationaliseerd met het kerncijfer geen of weinig alcoholgebruik: het percentage mensen dat geen alcohol drinkt of – als men drinkt – niet meer dan 1 glas alcohol per dag [2].

1. Gezondheidsraad (2015). Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag: Gezondheidsraad. 2. CBS in samenwerking met RIVM en Trimbos-instituut (2017). Gezondheidsenquete/Leefstijlmonitor. Den Haag: CBS.


Drinkadvies Gezondheidsraad: geen of weinig alcoholgebruik

Op basis van de beschikbare wetenschappelijke literatuur luidt het advies van de Gezondheidsraad sinds eind 2015: 'Drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag' [1]. In de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor wordt dit drinkadvies geoperationaliseerd met het kerncijfer geen of weinig alcoholgebruik: het percentage mensen dat geen alcohol drinkt of – als men drinkt – niet meer dan 1 glas alcohol per dag [2].

1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag: Gezondheidsraad, 2015; publicatienr. 2015/24. 2. Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m. RIVM, bewerkt door Trimbos-instituut. 2016.


Hoofddiagnose en nevendiagnose in de ziekenhuisregistratie

De belangrijkste ziekte waarvoor iemand in het ziekenhuis wordt opgenomen is de hoofddiagnose. Daarnaast kan een nevendiagnose gesteld worden voor een aanvullende of onderliggende ziekte waarvoor iemand, naast de belangrijkste ziekte, in het ziekenhuis wordt opgenomen [1]. In praktijk is het soms lastig te bepalen of een ziekte als hoofddiagnose of nevendiagnose moet worden geclassificeerd.

1. Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ). In M. W. van Laar e.a., Jaarbericht Nationale Drugs Monitor. Utrecht: Trimbos instituut.


International Classification of Diseases (ICD)

De International Classification of Diseases (ICD) is het diagnostisch classificatiesysteem van de WHO voor lichamelijke ziektes, ongevallen, en psychische stoornissen. Ook doodsoorzaken worden in ICD-codes geregistreerd. De meest recente versie is de ICD-10 die in 1994 in gebruik is genomen en in 2016 werd gereviseerd [1]. In 2018 wordt de ICD-11 verwacht.

1. WHO (2016). International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems 10th Revision. Retrieved from http://www.who.int/classifications/icd/en/.


International Classification of Primary Care (ICPC)

Huisartsen coderen diagnoses in het Huisarts Informatie Systeem (HIS) met behulp van het International Classification of Primary Care (ICPC) [1]. Codes uit de ICPC met betrekking tot alcohol zijn ‘chronisch alcoholmisbruik’ (P15) en ‘acuut alcoholmisbruik/intoxicatie’ (P16).

1. Lambert, H. & Wood, W. (1987). International Classification of Primary Care (ICPC). Oxford: Oxford University Press.


Overmatig drinken

Het drinken van meer dan 21 glazen per week (mannen) of meer dan 14 glazen per week (vrouwen) [1].

1. CBS in samenwerking met RIVM en Trimbos-instituut (2017). Gezondheidsenquete/Leefstijlmonitor. Den Haag: CBS.


Primaire of secundaire middelenproblematiek in de verslavingszorg

In de verslavingszorg wordt bij mensen die problemen hebben met twee (of meer) middelen (i.e., polymiddelengebruik) onderscheid gemaakt tussen het primaire probleem (of middel) en het secundaire probleem (of middel). Het primaire probleem betreft het middel dat de grootste problemen veroorzaakt, de andere middelen vallen dan onder het secundaire probleem [1].

1. Wisselink, D.J., Kuijpers, W.G.T., Mol, A. (2016). Kerncijfers Verslavingszorg 2015: Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS). Stichting IVZ: Houten.


Problematisch alcoholgebruik

Problematisch alcoholgebruik is het drinkpatroon dat leidt tot lichamelijke klachten en/of psychische of sociale problemen en dat verhindert dat bestaande problemen adequaat worden aangepakt. De geconsumeerde hoeveelheid alcohol is niet leidend voor de diagnose [1].

1. Boomsma LJ, Drost IM, Larsen IM, Luijkx JJHM, Meerkerk GJ, Valken N, Verduijn M, Burgers JS, Van der Weele GM, Sijbom M. (2014) NHG-Standaard Problematisch alcoholgebruik (Derde herziening) Huisarts Wet 2014;57(12):638-46.


Standaardglas

Een eenheid alcohol is de term voor één standaardglas alcohol en bevat ongeveer 10 gram ethanol. Bij het gebruik van standaardglazen (zie item ‘Opname en afbraak van alcohol’) bevat één glas bier, wijn of sterke drank evenveel alcohol. In de praktijk wordt er echter vaak meer in een glas geschonken en is er geen sprake van ‘standaardglas’.


Sterfte direct

Sterfte: direct. Bij de sterfte gerelateerd aan alcoholgebruik wordt onderscheid gemaakt tussen directe sterfte (primaire doodsoorzaak) en indirecte sterfte (secundaire doodsoorzaak) [1]. Directe sterfte is sterfte door een dodelijke overdosis en sterfte aan alcoholgerelateerde ziekten. Het CBS definieert alcohol als primaire doodsoorzaak bij de ICD-10 codes: F10 (psychische- en gedragsstoornissen door alcoholgebruik), G31.2 (degeneratie zenuwstelsel door alcoholgebruik), G62.1 (alcoholische polyneuropathie), I42.6 (alcoholische cardiomyopathie), K29.2 (alcoholische gastritis), K70.0-4 (alcoholische vetlever, hepatitis, leverfibrose, leversclerose, levercirrose, leverinsufficiëntie), K70.9 (alcoholische leverziekten ongespecificeerd), K86.0 (alcoholische pancreasontsteking), X45+T51.0-1 (onopzettelijke vergiftiging door blootstelling aan alcohol), X65+T51.0-1 (opzettelijke auto-intoxicatie door alcohol), Y15+T51.0-1 vergiftiging door blootstelling aan alcohol, opzet onbepaald) [1].

1. CBS (2018). Doodsoorzakenstatistiek. In M. W. van Laar e.a., Jaarbericht Nationale Drugs Monitor. Utrecht: Trimbos instituut.


Sterfte indirect

Sterfte: indirect. Bij de sterfte gerelateerd aan alcoholgebruik wordt onderscheid gemaakt tussen directe sterfte (primaire doodsoorzaak) en indirecte sterfte (secundaire doodsoorzaak) [1]. Indirecte sterfte betreft sterfte die indirect samenhangt met het alcoholgebruik, zoals dodelijke ongelukken onder invloed van alcohol.

1. CBS (2018). Doodsoorzakenstatistiek. In M. W. van Laar e.a., Jaarbericht Nationale Drugs Monitor. Utrecht: Trimbos instituut.


Stoornis in het gebruik van alcohol

Volgens de DSM is er sprake van een stoornis in het gebruik van alcohol bij een problematisch patroon van alcoholgebruik dat leidt tot klinisch significante beperkingen of lijdensdruk. De vierde editie van de DSM hanteerde hierbij een onderscheid tussen alcoholmisbruik en alcoholafhankelijkheid. In de DSM-5 zijn deze afzonderlijke stoornissen samengevoegd tot één stoornis in het gebruik van alcohol met een ernstindicator (lichte, matige of ernstige stoornis) [1]. Zie item ‘Stoornissen in het gebruik van alcohol volgens de DSM-5’.

1. Sigling, H. (2016). Van DSM IV-TR naar DSM-5: Middelengebruik en gedragsverslavingen. Verslaving, 12(4), 228-239.


Zwaar drinken

Er is sprake van zwaar drinken indien er minstens één keer per week ten minste 4 (vrouwen) of 6 (mannen) glazen alcohol op één dag worden gedronken [1].

1. CBS i.s.m. RIVM en Trimbos-instituut (2017). Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor. CBS: Den Haag/Bilthoven/Utrecht.