Begrippenlijst

Overzicht van de belangrijkste definities met betrekking tot alcohol en alcoholpreventie.

Alcoholafhankelijkheid

Problematisch gebruik van alcohol waarbij sprake is van afhankelijkheid van alcohol. Dit wordt vaak ook ‘verslaving’ genoemd. Criteria voor het vaststellen van afhankelijkheid zijn opgenomen in diagnostische classificatiesystemen zoals de ICD en de oudere versies van de DSM. Kenmerken van afhankelijkheid zijn onder andere: meer drinken dan voorgenomen op een dag en tolerantie voor de effecten van alcohol. In de nieuwe versie van de DSM, de DSM-5, zijn misbruik en afhankelijkheid samengevoegd tot één nieuwe “stoornis in het gebruik van een middel” (1). Zie verder Stoornissen in het gebruik van alcohol volgens de DSM.

1. Sigling, H. (2016). Van DSM IV-TR naar DSM-5: middelengebruik en gedragsverslavingen. Verslaving: tijdschrift over verslavingsproblematiek 12 (4): 228-239


Alcoholgerelateerd letsel

Letsel door een ongeval waarbij alcohol betrokken is. Dit kan een val van een fiets na alcoholgebruik zijn of letsel als gevolg van geweld na alcoholgebruik, hetzij als aanstichter of als slachtoffer van iemand die gedronken heeft. [1]

1. VeiligheidNL (2017) Alcoholvergiftigingen en ongevallen met alcohol SEH-bezoeken 2016 Rapport 690 Amsterdam: Veiligheid NL


Alcoholintoxicatie

Alcoholintoxicatie (alcoholvergiftiging) treedt op als gevolg van overmatig alcoholgebruik in een kort tijdsbestek waarbij de symptomen dosisafhankelijk zijn en kunnen bestaan uit spreekdrang, uitgelaten stemming, desoriëntatie, aangetast beoordelingsvermogen, labiele stemming, seksuele en/of agressieve ontremming, spraakstoornis (dysartrie) en waggelgang (ataxie). In ernstige gevallen kan het leiden tot stupor, coma en ademhalingsstoornissen [1]

1. American Psychiatric Association (2014). Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen DSM-5. Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 5th ed. Amsterdam: American Psychiatric Association p/a Uitgeverij Boom


Alcoholmisbruik

Alcoholmisbruik is een vorm van problematisch gebruik waarbij (nog) geen sprake was van alcoholafhankelijkheid. Criteria voor het vaststellen van misbruik zijn opgenomen in diagnostische classificatiesystemen zoals oudere versies van de DSM en de ICD. Kenmerken van misbruik zijn: verplichtingen thuis, op school, of op het werk niet nakomen, gebruik in gevaarlijke situaties (bijvoorbeeld autorijden onder invloed), in aanraking komen met justitie en doorgaan met het gebruik ondanks de problemen die daardoor ontstaan. In de nieuwe versie van de DSM, de DSM-5, zijn misbruik en afhankelijkheid samengevoegd tot één nieuwe “stoornis in het gebruik van een middel” [1]

1. Sigling, H. (2016). Van DSM IV-TR naar DSM-5: middelengebruik en gedragsverslavingen. Verslaving: tijdschrift over verslavingsproblematiek 12 (4): 228-239.


Alcoholonthoudingssyndroom

Wordt veroorzaakt door het staken of het minderen van langdurig overmatig alcoholgebruik. [1] Lichte onthoudingsverschijnselen, zoals slapeloosheid en prikkelbaarheid, duren hooguit enkele dagen. Matig ernstige onthoudingsverschijnselen zoals slapeloosheid, misselijkheid, braken, overactiviteit, tachycardie, koorts, zweten, lichtschuwheid, hoofdpijn, angst, verhoogde prikkelbaarheid of tremoren, leiden tot duidelijke stress of vermindering in het functioneren op sociaal niveau, werk of ander gebied. De verschijnselen zijn het hevigst van de 2e tot de 4e dag van onthouding. Daarna treedt verbetering op, maar de verschijnselen kunnen in meer of mindere mate wel 3 tot 6 maanden aanhouden. Ernstige onthoudingsverschijnselen zijn hallucinaties, insulten en delier. Een insult treedt vaak binnen 48 uur op en een delier na 3 tot 5 dagen. Bij een delier door alcoholonthouding is het klinische beeld niet goed te onderscheiden van een delier door andere oorzaken (zie de NHG-Standaard Delier).

1. American Psychiatric Association (2014). Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen DSM-5. Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, 5th ed. Amsterdam: American Psychiatric Association p/a Uitgeverij Boom.


Alcoholproblematiek

Als er sprake is van stevig drinken of een onaangepast drinkpatroon dat gepaard gaat met beperkingen in het functioneren, wordt gesproken van alcoholproblematiek. Zowel stevig drinken als een onaangepast drinkpatroon kunnen verstrekkende gevolgen hebben, de combinatie van beide lijkt te duiden op de meest ernstige en chronische problematiek.[1]

1.Tuithof, M. (2015). Drinking distilled. Onset, course and treatment of alcohol use disorders in the general population.


Binge drinken

Binge drinken is een vorm van alcoholgebruik waarbij in korte tijd grote hoeveelheden alcohol genuttigd worden, gevolgd door perioden van weinig gebruik.[1] NIAAA hanteert als definitie voor binge drinken: alcoholgebruik waarbij de alcoholspiegel in bloed binnen 2 uur stijgt naar 0,08 g/dl. [2] In onderzoeken en richtlijnen wordt binge drinken op verschillende manieren geoperationaliseerd. Dit heeft er onder andere mee te maken dat de hoeveelheid alcohol die nodig is voor een dergelijke stijging van de alcoholspiegel verschilt naar leeftijd en geslacht. De definitie die in onderzoek en richtlijnen gehanteerd wordt hangt daarom af van de doelgroep en zal op deze site steeds expliciet vermeld worden.

1. Trimbos-instituut/CBO (2009). Multidisciplinaire Richtlijn Stoornissen in het gebruik van alcohol (.pdf /2009). 2. National Institute on Alcohol Abuse and Alcoholism (2014). Moderate & Binge Drinking.


Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM)

De Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM) is een classificatiesysteem van psychische aandoeningen dat psychiaters en psychologen gebruiken bij het stellen van diagnosen. De DSM beschrijft onder meer criteria voor de diagnose van een stoornis in het gebruik van alcohol. Volgens de DSM is sprake van een stoornis in het gebruik van alcohol bij een problematisch patroon van alcoholgebruik dat leidt tot klinisch significante beperkingen of lijdensdruk. De vierde editie van de DSM hanteerde hierbij een onderscheid tussen alcoholmisbruik en alcoholafhankelijkheid. In de DSM-5 zijn deze afzonderlijke stoornissen samengevoegd tot één stoornis in het gebruik van alcohol met een ernstindicator (lichte, matige of ernstige stoornis). [1] Zie verder item Stoornissen in het gebruik van alcohol volgens de DSM.

1. Sigling, H. (2016). Van DSM IV-TR naar DSM-5: middelengebruik en gedragsverslavingen. Verslaving: tijdschrift over verslavingsproblematiek 12 (4): 228-239


Directe of indirecte sterfte

Bij de sterfte gerelateerd aan alcoholgebruik wordt doorgaans een onderscheid gemaakt tussen directe sterfte (primaire doodsoorzaak) en indirecte sterfte (secundaire doodsoorzaak).[1] De directe sterfte is de sterfte door een dodelijke overdosis en sterfte aan alcoholgerelateerde ziekten. Het CBS [1] definieert alcohol als primaire doodsoorzaak bij de volgende ICD-10 codes: F10 (psychische stoornissen en gedragsstoornissen door het gebruik van alcohol), G31.2 (degeneratie van zenuwstelsel door alcoholgebruik), G62.1 (alcoholische polyneuropathie), I42.6 (alcoholische cardiomyopathie), K29.2 (alcoholische gastritis), K70.0-4 (alcoholische vetlever, hepatitis, leverfibrose en leversclerose, levercirrose en leverinsufficiëntie), K70.9 (alcoholische leverziekten ongespecificeerd), K86.0 (alcoholische pancreasontsteking), X45+T51.0-1 (onopzettelijke vergiftiging door en blootstelling aan alcohol, X65+T51.0-1 (opzettelijke auto-intoxicatie door alcohol), Y15+T51.0-1 (vergiftiging door

1. CBS Doodsoorzakenstatistiek in: M.W. van Laar e.a. (2018) Jaarbericht Nationale Drugs Monitor Utrecht: Trimbos instituut


Drinkadvies Gezondheidsraad: geen of weinig alcoholgebruik

Op basis van de beschikbare wetenschappelijke literatuur luidt het advies van de Gezondheidsraad sinds eind 2015: "Drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag." [1] In de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor wordt dit drinkadvies geoperationaliseerd met het kerncijfer geen of weinig alcoholgebruik: het percentage mensen dat geen alcohol drinkt of – als men drinkt – niet meer dan 1 glas alcohol per dag. [2]

1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag: Gezondheidsraad, 2015; publicatienr. 2015/24. 2. Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m. RIVM, bewerkt door Trimbos-instituut. 2016


Hoofddiagnose en nevendiagnose

De belangrijkste ziekte waarvoor iemand in het ziekenhuis wordt opgenomen is de hoofddiagnose. Daarnaast kan een nevendiagnose gesteld worden voor een aanvullende of onderliggende ziekte waarvoor iemand, naast de belangrijkste ziekte, in het ziekenhuis wordt opgenomen (bron 1). In praktijk is het soms lastig te bepalen of een ziekte als hoofddiagnose of nevendiagnose moet worden geclassificeerd.

1. Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) in: M.W. van Laar e.a. (2018) Jaarbericht Nationale Drugs Monitor Utrecht: Trimbos instituut


International Classification of Diseases (ICD)

De International Classification of Diseases (ICD) is het diagnostisch classificatiesysteem van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) voor lichamelijke ziektes, ongevallen, en psychische stoornissen. Ook doodsoorzaken worden in ICD-codes geregistreerd. De meest recente versie is de ICD-10 die in 1994 in gebruik is genomen en in 2016 werd gereviseerd (bron 1). In 2018 wordt de ICD-11 verwacht.

1. WHO (2016) International Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems 10th Revision gedownload van http://www.who.int/classifications/icd/en/


International Classification of Primary Care (ICPC)

Huisartsen coderen diagnoses in het Huisarts Informatie Systeem (HIS) met behulp van het International Classification of Primary Care (ICPC)[1] Codes uit de ICPC met betrekking tot alcohol zijn ‘chronisch alcoholmisbruik’ (P15) en ‘acuut alcoholmisbruik/intoxicatie’ (P16).

1. Lambert, H. & Wood, W. International Classification of Primary Care (ICPC). Oxford: Oxford University Press, 1987


Overmatig drinken

Drinken van meer dan 21 glazen per week (mannen) of meer dan 14 glazen per week (vrouwen). [1]

1. CBS i.s.m. RIVM en Trimbos-instituut (2017). Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor. CBS: Den Haag/Bilthoven/Utrecht.


Primaire of secundaire middelenproblematiek

In de verslavingszorg wordt bij mensen die problemen hebben met twee (of meer) middelen onderscheid gemaakt tussen het primaire probleem (of middel) en het secundaire probleem (of middel). Het primaire probleem betreft het middel dat de grootste problemen veroorzaakt, de andere middelen vallen dan onder het secundaire probleem. [1]

1. Wisselink, D.J., Kuijpers, W.G.T., Mol, A. (2016). Kerncijfers Verslavingszorg 2015: Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS). Stichting IVZ: Houten


Problematisch alcoholgebruik

Problematisch alcoholgebruik is het drinkpatroon dat leidt tot lichamelijke klachten en/of psychische of sociale problemen en dat verhindert dat bestaande problemen adequaat worden aangepakt. De geconsumeerde hoeveelheid alcohol is niet leidend voor de diagnose. [1]

1. Boomsma LJ, Drost IM, Larsen IM, Luijkx JJHM, Meerkerk GJ, Valken N, Verduijn M, Burgers JS, Van der Weele GM, Sijbom M. (2014) NHG-Standaard Problematisch alcoholgebruik(Derde herziening) Huisarts Wet 2014;57(12):638-46.


Standaardglas

Een eenheid alcohol is de term voor één glas alcoholhoudende drank en bevat ongeveer 10 gram alcohol. Bij het gebruik van standaardglazen (zie item Opname en afbraak alcohol/standaardglazen) bevat één glas bier, wijn of sterke drank evenveel alcohol. In de praktijk wordt er echter vaak meer in een glas geschonken en is er geen sprake van “standaardglas”.


Stoornis in het gebruik van alcohol

Een stoornis in het gebruik van alcohol is problematisch alcoholgebruik waarbij wordt voldaan aan de DSM-5-criteria stoornissen in het gebruik van alcohol. Zie item Stoornissen in het gebruik van alcohol volgens de DSM.


Verslaving

Problematisch gebruik van alcohol waarbij sprake is van afhankelijkheid. Doorgaans verstaat men onder “verslaving” de oorspronkelijke klinische diagnose van afhankelijkheid, zie item Stoornissen in het gebruik van alcohol volgens de DSM.


Zwaar drinken

Er is sprake van zwaar drinken indien er minstens één keer per week ten minste 4 (vrouwen) of 6 (mannen) glazen alcohol op één dag worden gedronken [1].

1. CBS i.s.m. RIVM en Trimbos-instituut (2017). Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor. CBS: Den Haag/Bilthoven/Utrecht.